2003.09.04 De Wase Koerier: Botulisme op de Schelde

Geschreven door RtC

Deze warme zomer is te vergelijken met die van 1976. Voor het eerst zagen we duidelijk wat "botulisme" was. Toen was centraal Saeftinghe een slagveld van dode watervogels. Sindsdien heb ik mij daarin verdiept door lectuur en informatie in te winnen. 2004: het begon zoals altijd bij de zilvermeeuwen. Half juli telde ik ongeveer 25 dode meeuwen. Naargelang het warmer werd, kwamen er meer slachtoffers. Zelfs in de Schelde en aan de boorden en oevers telden we er steeds meer. Op 20 augustus zag ik een meeuw met een knijpring van het Museum Brussel. Met het dode tij begon ik zelf aan een inventarisatie. En op een 100 dode vogels had ik twee ringen. Zo sta ik nu op 15 ringen en ik heb de Scheldeoever van Walsoorden tot Kallo-sluis gecontroleerd. Bijna 600 vogels heb ik bekeken. De meeste waren meeuwen, maar ook 2 zilverreigers, 2 aalscholvers en zelfs kleine vogels, zoals de kleine strandplevier. Deze laatste was geringd in Stavanger in Noorwegen. Ook een stormmeeuw uit Polen was bijzonder. Het warme weer was een mogelijkheid om het onderzoek naar botulisme uit te voeren, want 14 dagen later zijn de vogels weg, verteerd en opgeruimd door de maden.

Wat is nu juist botulisme?  

Bij een temperatuur van meer dan 22°C worden de uiteinden van het zenuwstelsel aangetast, de tenen en vleugeltoppen en de snavel worden verlamd. De vogels kunnen niet meer vliegen, blijven zitten en krijgen ook nog diarree. De verspreiding wordt mogelijk gemaakt door vliegen die eitjes en maden op de kadavers leggen. Gelukkig voor vele vogels is de koelte van de laatste week een redding! De ziekte komt gelukkig niet voor bij duiven en hoenderachtigen, ook niet bij volièrevogels. We zijn benieuwd hoe men in Brussel reageert op de 15-tal ringen die we vonden en opstuurden. Zo komen we de levensvlucht van deze vogels wellicht te weten. Het is bekend dat slechts 2% van de aangelegde ringen wordt teruggezonden. Het resultaat laten we nog weten via de Wase Koerier.

De vogelringen die Richard verzamelde.

Door Richard Bleijenberg