1999.08.03 BN De Stem: Bijna duizend jaar oude pot gevonden in Land Saeftinghe

Geschreven door RtC

EMMADORP - Saeftinghegids Richard Bleijenberg heeft aan de rand van Het Verdronken Land de scherven van een honderden jaren oude kogelpot gevonden. Bleijenberg slaagde er in de brokjes aan elkaar te lijmen tot een ‘bijna gave’ pot, die volgens hem tussen 1050 en 1150 door bewoners van Saeftinghe moet zijn gebruikt.

De datering van de kogelpot haalt de Saeftinghekenner uit Nieuw-Namen uit de boeken over archeologie. Kogelpotten waren ronde aardewerken bolletjes zonder verstevigde bodem of handvatten, die door mensen in de middeleeuwen werden gebruikt om te koken. De potten werden met behulp van een houten vork, een tak met een V-vormig uiteinde, in en uit het vuur gehaald. In diezelfde wetenschappelijke publicaties vond Bleijenberg ook een verklaring voor de vuilnishoop waarin hij de scherven aantrof. Naast de stukjes kogelpot groef hij onder meer een stukje kaakbeen van een schaap, eierschalen en mosselschelpen op. "Dat moet een afvalhoop geweest zijn, waarin die kapotte kogelpot in is gesukkeld. De afvalhoop is bedekt met een klei en veen en is daardoor al die tijd goed geconserveerd gebleven." De precieze locatie van de vindplaats van de scherven en de afvalhoop wil Bleijenberg niet kwijt. "Het was aan de rand van de Schelde, maar meer zeg ik niet. Het zou zonde zijn als allerlei recreanten en pleziervaartuigen zelf gaan graven en bodemschatten vernielen en de rust verstoren." Een woordvoerder van het Provinciaal Archeologisch Centrum Zeeland vindt de schatting over de ouderdom van de kogelpot zonder gedegen onderzoek ‘vrij exact’. Hij acht het echter niet onmogelijk dat Bleijenberg gelijk heeft. "Op de plaats waar vroeger het dorp Weele was, zijn tenslotte ook skeletten uit die periode aangetroffen. Als Bleijenberg zijn vondst bij ons meldt en de locatie noemt, zullen we ook zeker onderzoeken of zijn schatting juist is."

Veertig zwartgeblakerde scherven lijmde Richard Bleijenberg aan elkaar tot een kogelpot. Foto Charles Strijd

Door René Hoornhorst