1995.09.02 De Wase Koerier: Verhalen over "De Noord"

Geschreven door RtC

Een bijzondere excursie naar "De Noord"

16 Augustus, weer zo’n mooie dag voor onze kinderen van de basisschool "Sint-Jozef" te Nieuw-Namen. Toen ik meester De Baar zag lopen met zijn lange stok achter zijn leerlingen, dacht ik aan de herders van weleer, bezorgd en voorzichtig. Hij had alles met de gidsen geregeld. Jean Maebe, die in 1947 bijgaande foto maakte van Guustje Zegers en Pelagie de Maayer bij de schaapskooi op "De Noord" was ook als gids aanwezig. Jean loopt van 1945 in ’t schor. Ikzelf doe dat van 1946. Dus samen 100 jaar Saeftinghe voor ons beiden. Als wij zo terug denken aan vroegere jaren zien we echt dat de schorren zeer sterk met de mensen van de Kauter verbonden zijn. Gelukkig hebben de mensen van vroeger mooie namen achtergelaten: de IJskelder en de Spauwer dienden daarop. Ook zijn er namen van Maebe bij: "de Blauwe Plaat", "de Lepelaar" en de "Koeienuier". 

16 Augustus: terug naar de Noord met de kinderen en nazaten van Guustje en Pelagie. Precies op dezelfde plek zijn ze vereeuwigd door Roland van Damme. Wat gaat de tijd toch snel en wat verandert er veel. Eén ding staat vast: het schor en de mensen van de Kauter horen bij elkaar. Dar zal in maart 1996 weer duidelijk worden. Dan gaan dezelfde kinderen weeral de aangespoelde voorwerpen opruimen. Saeftinghe wordt dan weer schoongemaakt. Tijdens onze tocht werd ’n zeldzame zilverreiger losgelaten die Maebe verzorgd had. Ook werd ’n zieke aalscholver opgepakt voor verzorging. Het was voor de gidsen een fijne dag. Want de mensen laten genieten van de mooie natuur, is onze taak!

De leerlingen van de Sint-Jozef basisschool werden op de foto gezet op net dezelfde plaats als Guustje Zegers in ’47.

Guustje Zegers en Pelagie de Maayer in 1947 bij de Schaapskooi op de Noord.

Het kasteel op "De Noord" van Saeftinghe

"De Noord" is de oudste plek van Saeftinghe. Waar nu de Noordstal staat is altijd een verhoogde plaats geweest. De ondergrond bestaat uit dekzand en het dekzand is opgewaaid tijdens de laatste IJstijd. Het is dezelfde formatie waaruit Ossendrecht en Hogerheide is ontstaan. Het was dan ook al heel vroeg een strategische plek en uiterst geschikt voor een vesting die rond de jaren 1100 is opgetrokken aan de rand van de oude Schelde. Op een afbeelding op de eerste Scheldekaart kunnen we dit terug zien. Zeer waarschijnlijk was daar drinkbaar water te vinden. Op een andere oude Scheldekaart allang voor het verdrinken van de Heerlijkheid Saeftinghe, wordt deze plek Saeftinghe-eiland genoemd. In 1932 stond daar aan de rand van de Noord een lichtbaken. Ze noemden het de Noord-Saeftinghe. Een andere baken, 4 km zuidelijker, noemen wij nu nog de Zuid-Saeftinghe. Tot de jaren ’40 waren daar veel ruïnes te zien. Mijn schoonvader liep daar 90 jaar geleden op 2 meter dikke funderingen. Oude gebouwen uit Verdronken Landen werden afgebroken, veelal voor het starten van dammen, afdijkversterkingen. Zo is er veel historisch materiaal verloren gegaan, want daar was men toen nog niet in geïnteresseerd. Zeer waarschijnlijk zitten op de Noord vele bodemschatten. Denken we maar aan kelders, beerputten en afvalputten. Er is nog weinig gevonden. Maar toch moeten wij alert zijn want De Noord erodeert en jaarlijks slagen daar stukken schor weg. Mijn schoonvader heeft mij persoonlijk de plek aangewezen waar hij op de dikke muren heeft gelopen. Ook heb ik aanwijzingen van anderen. Als de Schelde wordt uitgediept zal de erosie doorzetten. Er komt ooit een dag b.v. na een zware storm dat het kasteel zijn geheimen prijs geeft. Getuigenissen van oude mensen tellen niet mee in deze tijd. Als we terug de muren zien, zullen de ongelovige Thomassen ons gelijk geven. Maar we moeten wat geduld hebben. De natuur heeft Saeftinghe doen verdrinken. Maar natuur kan ook wel iets terug geven.

Door Richard Bleijenberg