2002.08.16 BN De Stem: Jet Hoed ontmoet Jetje van Saeftinghe

Geschreven door RtC

EMMADORP - "Meneer, ik sta op een plank", roept de elfjarige Jetje Hoed uit Hoorn op 20 september 1993 tegen gids Richard Bleijenberg als ze plotseling iets hards onder haar blote voeten voelt in het Verdronken Land van Saeftinghe.

De plank waar ze op stond, was het deksel van een eeuwenoude doodskist, blootgespoeld door het getij. De stap van Jetje veranderde de geschiedenis van Saeftinghe. In één klap was de bewoning van het gebied met ruim tweehonderd jaar vervroegd. Tot die tijd gingen archeologen ervan uit dat Saeftinghe pas in de dertiende eeuw bevolkt zou zijn. Onderzoek van de Groninger universiteit wees uit dat het skelet in de doodskist dateerde uit de elfde eeuw. Het skelet is later vernoemd naar het meisje dat het ontdekt had en heet Jetje van Saeftinghe, ook al is het geraamte van een ongeveer dertigjarige man.

Raar

Negen jaar later is Jetje Hoed voor het eerst weer terug in Saeftinghe. Jetje is geen meisje meer, maar een vrouw van twintig jaar. Jetje is Jet geworden en kijkt haar ogen uit in het bezoekerscentrum Saeftinghe in Emmadorp waar ze rondgeleid wordt door Bleijenberg. "Dat is raar", zegt ze, wanneer ze het skelet in de glazen kist ziet. "Richard vroeg mij negen jaar geleden of hij de vondst naar mij mocht noemen. Dat vond ik wel leuk." Het hele verhaal was de afgelopen jaren bij Jet wat naar de achtergrond gedrongen tot het moment dat Bleijenberg haar belde om te vragen wanneer ze weer eens naar Saeftinghe kwam. "Toen wilde ik wel eens weten hoe het nu eigenlijk zat met het skelet." "Het is inderdaad een heel bijzondere ervaring", zegt Bleijenberg ietwat geëmotioneerd. Terwijl hij door zijn baard krabt, komen de herinneringen over de vondst weer bij hem boven. "Het skelet is het oudste geraamte dat in Saeftinghe is gevonden. En wat ik nog belangrijker vind, is dat het ontdekt is door een kind en niet door een of andere professor." Het skelet maakte deel uit van een grafveld, dat zich waarschijnlijk bevond in het verdronken middeleeuwse dorp Weele. De mensen lagen in het veen. Deze substantie zorgde ervoor dat het skelet meer dan 900 jaar bewaard is gebleven.

Proper

Bleijenberg heeft het geraamte van de man vervolgens mee naar huis genomen. "Eerst heb ik alles proper gemaakt en het heel zorgvuldig in elkaar gezet. Toen mijn dokter het geraamte kwam bekijken, klopte er iets niet. Die man heeft drie armen, riep hij van verbazing uit. Ik heb maar een arm weggegooid, toen zat het beter in elkaar." Uit onderzoek van de universiteit van Groningen bleek dat de man een afwijking aan de rechterarm had. "Tja, ik had de verkeerde arm weggegooid."

Jetje op bezoek bij haar naamgenoot Jetje van Saeftinghe. Foto Camile Schelstrate

Van onze verslaggever