Toon items op tag: Zeeuws Archeologisch Depot

Officieel gidst hij niet meer. Maar het Verdronken Land van Saeftinghe loslaten? Nee, dat kan Richard Bleijenberg niet. Met schoonzoon Clem blijft hij speuren naar resten uit ’n ver verleden.

De Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ) zou dolgraag het gebied in gaan om de vindplaatsen van de prehistorische vuurstenen te documenteren. Maar de situatie is 'nu maar even niet' zegt Hans Jongepier. Als archeoloog bij SCEZ is hij gespecialiseerd in de prehistorie en blij met bevlogen en actieve amateurs als Richard Bleijenberg uit Nieuw-Namen en zijn schoonzoon Clem Reel. Maar er is wat wrijving in natuurgidsenland. Nieuwe regels voor de toegankelijkheid hebben Jongepier in een lastig parket gebracht. Sinds de jaren '90 gaat hij af en toe met Bleijenberg de slikken op, maar Richard is geen natuurgids meer en volgens de jongste regels moet er altijd een 'echte' gids mee Saeftinghe in, iemand die namens Het Zeeuwse Landschap (HZL) groepen rondleidt. En zo’n gids meenemen ziet ouwe rot Bleijenberg niet zitten: onnodig omdat hij zelf het gebied als geen ander kent, ongewenst ook vindt hij, omdat hij bang is dat anderen met zijn ontdekkingen aan de haal gaan.

Richard Bleijenberg in 1997 met een eiken vondst uit de middeleeuwen bij het aardkundig monument in Nieuw-Namen. Foto’s Camile Schelstraete

SCEZ beraadt zich over de ontstane patstelling, zegt Jongepier. Een afspraak met Richard en Clem de schorren in te gaan, zegde hij vorige week in afwachting daarvan maar af. "Probleem is dat het materiaal erodeert. Het spoelt gewoon weg en dat is erg jammer. Bleijenberg en Reel zijn het meest actief op archeologisch terrein, de andere gidsen zijn vooral van de natuur en melden niet zoveel als zij. Dankzij hen heb ik al veel vuurstenen in kaart kunnen brengen, met een fraaie spreiding." Bleijenberg ziet het als een soort roeping, zijn archeologenwerk in Saeftinghe. Hij kreeg er ook veel waardering voor, onder meer in de vorm van een lintje. "Ik was er als kind al in geïnteresseerd en in de tijd dat ik voer  op de Schelde heb ik veel waardevols langs de oevers gezien. En let op hé. Ik heb veel mooie dingen gevonden omdat ze vanzelf bloot kwamen te liggen, zoals een Romeinse hielbijl. Ik ben beslist geen schatgraver. Ik loop niet met een metaaldetector rond." In 1982 werd vlakbij zijn huis de monumentale geologische groeve geopend die een paar jaar gelden nog een flinke facelift kreeg met Europees geld. Ook daar lag vuursteen uit de prehistorie, door Hans Jongepier van SCEZ gedateerd op vijf- tot zesduizend jaar voor Christus, zegt hij. "De laatste vier jaar hebben we in Saeftinghe ongeveer 350 stuks gevonden. En ik heb ook een vuurbaken gevonden, dat hebben we Mira genoemd. Vuursteen ligt op laag water, daar kan het bloot komen en als je het niet opraapt, spoelt het de Schelde in."

Richard Bleijenberg (r) en Clement Reel zijn bevlogen Saeftinghegangers.

Iets archeologisch waardevols meenemen mag je als amateur niet. Je bent verplicht vondsten te melden bij de overheid, in dit geval de Stichting Cultureel Erfgoed die ook een opgravingsbevoegdheid heeft. Maar als iets aan de oppervlakte ligt en het 'onherroepelijk verloren gaat' als je het niet meeneemt, bijvoorbeeld door de getijdebeweging, mag je het weer wel oprapen. Als je dat dan weer maar meldt en afgeeft bij de zogeheten vondstcoördinator archeologie, die het spul doorsluist naar SCEZ en het Zeeuws Archeologisch Depot. En daar zit ‘m de crux, voor Bleijenberg dan. Want hij vertrouwt die coördinator niet. Denkt dat die dan zelf met de eer van de vondsten wil gaan strijken. Mark Zwartelé, vrijwillig gids, voorzitter van de archeologische werkgroep Hulst en vondstcoördinator Saeftinghe, haalt er zijn schouders over op. "Het Zeeuwse Landschap heeft eind vorig jaar regels voor het gebied opgesteld: voor de toegankelijkheid en voor archeologische vondsten. De regels zijn overzichtelijk en logisch, bedoeld om het gebied te beschermen. Niemand doet er moeilijk over, maar kennelijk heeft Bleijenberg er wel een probleem mee. Hij doet alsof een archeologische vindplaats ook zijn vindplaats is." Volgens Pepijn Calle van Het Zeeuws Landschap is er in ieder geval geen interne discussie over noodzaak of inhoud van de nieuwe regelgeving. "Het gaat om landelijke voorschriften en veiligheidsregels. Ze zijn geënt op de Flora- en Faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Monumentenwet. Zo is het voor vergunninghouders (lees: gidsen, FI) duidelijk wat wel en niet mag. Ze moeten een bezoek vooraf bijvoorbeeld altijd melden bij het bezoekerscentrum." Volgens Bleijenberg is er in Saeftinghe onderhand sprake van een groene terreur. "De gidsen hebben de macht gegrepen en die willen er een ghetto van maken met hun regeltjes. Het boek De Sterke van Saeftinghe, (van Paul de Schipper) over mijn schoonvader, dat mag bijvoorbeeld ook niet in het bezoekerscentrum liggen. Dat is toch pure censuur? Kijk, ik loop inmiddels zestig jaar in Saeftinghe, in totaal meer dan 50.000 kilometer, schat ik. Ik ging er vroeger tijdens vakanties met het gezin naar toe, leidde allerlei bekende mensen rond, een paar ministers, koningin Beatrix, mensen van tv. Die vroegen naar mij omdat ik een buitenbeentje was. Ik liep op mijn blote voeten en in oude kleren. Ik vertelde verhalen over vissen, jagen, stropen. Dat vonden mensen leuk. En nu willen ze mij met die regeltjes afremmen?"

VERDRONKEN LAND VAN SAEFTINGHE

·  Schorgebied van zo’n 3.600 hectare groot (5 kilometer breed) in de Westerscheldemonding.

·  Uniek in Europa vanwege uitgestrektheid, aanwezigheid vele vogels en omdat het een beeld geeft van Zeeuws oerlandschap (slikken, platen, schorren en geulen).

·  Tot in de late middeleeuwen was het een poldergebied; door stormvloeden ging het land verloren.

·  In Emmadorp is een bezoekerscentrum; een groot deel van Saeftinghe is alleen toegankelijk onder leiding van een gids.

·  Archeologische vondsten moeten worden gemeld bij de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland, verzamelen van privécollecties is niet toegestaan, graven evenmin.                       

Tegenwoordig loopt hij met zijn schoonzoon in Saeftinghe. Richard heeft daarvoor bij wijze toestemming gekregen van de directeur van Zeeuwse Landschap. Maar waar de zeggenschap van ZL ophoudt en overgaat naar Rijkswaterstaat is niet duidelijk. Frans Mol, hydrograaf bij Rijkswaterstaat Zee en Delta: "De vaargeul en het gebied dat droog valt, vallen onder ons. Ergens gaat het over naar Zeeuws Landschap, maar waar precies weten we niet. Er is nooit noodzaak geweest dat uit te zoeken. De grenzen verschuiven ook, er komt wel eens wat land bij en er gaat wel eens wat af." Hoe dan ook, het is niet de bedoeling dan Jan en Alleman er rondstruinen, vindt vondstcoördinator Zwartelé. "Daar is het gebied te kwetsbaar voor. Bovendien, zo veel is er in Saeftinghe niet te vinden. Saeftinghe is in 1585 verdronken, de mensen trokken weg en de restanten van het dorp verdwenen onder een dikke laag slib. Mijn schuur ligt echt niet vol vondsten." Richards schoonzoon Clem denkt juist dat er in Saeftinghe  'waarschijnlijk nog vele schatten verborgen liggen'. "Je krijgt er echt een kik van als je iets tegenkomt wat 8.000 jaar oud blijkt te zijn. De adrenaline stroomt door je hele lichaam als je een artefact vindt of iets dat jaren in de grond verborgen zat en nu aan de oppervlakte komt. Het geeft een euforisch gevoel. Je vraagt je af: wie heeft dit bewerkt en hoe zagen die mensen er uit? Op archeologisch gebied zijn de stukken erg waardevol. Ze geven een beetje een beeld hoe en waar de prehistorische mens leefde.”

Zo zien de vuurstenen er uit waarvan Bleijenberg en Reel er intussen zo’n 350 aantroffen in Saeftinghe.

Door Florence Imandt