Toon items op tag: Zandsteenbanken

Sporen van drie miljoen jaar terug liggen gebroederlijk naast resten van enkele honderden jaren oud in de Meester Van der Heijden Groeve.

Verborgen parel - Aan het randje van Zeeuws-Vlaanderen, tegen de Belgische grens aan, vind je een prachtig stuk natuur: de Meester Van der Heijden Groeve. De wandeling er naartoe start achter de kerk in het dorp. Van daaraf wandel je door een klein bos via het schelpenpad, richting de groeve. Een rustig bos waar je de vogels hoort fluiten en kunt genieten van de natuur. Kauwen, kraaien en andere vogelsoorten vliegen in grote aantallen door het bos. En steevast loopt de 76-jarige Richard Bleijenberg ook ergens rond. "De groeve voelt als mijn achtertuin. Sinds ik klein ben, kom ik hier al dagelijks."

Vandaag is het niet anders. Bleijenberg komt er al vele jaren, en kan dan ook honderduit vertellen over het gebied. "Vroeger was dit een klein grasveld waar ik altijd speelde", verteld hij. Na het schelpenpad wandel je door over een plankier naar de groeve. Kijkvensters in het plankier tonen een aantal opvallende vondsten: sommige uit de moderne tijd, maar de oudste schatten zijn meer dan drie miljoen jaar oud en stammen uit het plioceen-tijdperk.

De zandsteenbanken van de Meester Van der Heijden Groeve in Nieuw-Namen. Foto’s Peter Nicolai

Bleijenberg, trots: "Al deze vondsten heb ik jaren lang zelf bewaard in een glazen vitrine. Toen het plankier werd gemaakt, hebben deze bijzondere stukken een mooie plek gekregen, zodat iedereen ze kan bezichtigen." Drie miljoen jaar geleden lag Nieuw-Namen nog aan het strand, het strand grensde direct aan de Noordzee. Het klimaat was warmer dan nu. In deze tijden belandde er veel ijzer in de donkerbruine, harde zandsteenbanken van de groeve. Jaren later veranderde het klimaat en de temperaturen daalden tot ver onder het vriespunt. De vorstscheuren in zandsteenbanken zijn nog zichtbaar.

"Dit zand werd afgegraven en verkocht, de kautermollen verdienden er hun geld mee." Richard Bleijenberg

De Meester Van der Heijden Groeve is het laatste overgebleven stuk strand van Nieuw-Namen. Dit is de enige plek waar de overgang van zand uit het plioceen naar de zandlaag uit het pleistoceen (ruim tweeënhalf miljoen geleden) nog zichtbaar is. Bleijenberg wijst: "Vroeger werd dit zand afgegraven en verkocht, de kautermollen verdienden hiermee hun geld." Kauter betekend 'heuvel in het landschap', door hun praktijken kregen de bewoners al snel de bijnaam kautermollen. De ontstane putten en gaten in de groeve werden opgevuld met huisafval. Bleijenberg: "In 1983 ben ik samen met andere vrijwilligers aan de slag gegaan om afval weg te halen. De unieke profielen van de groeve werden daardoor weer zichtbaar."  Het overgrote deel van de vuilnisbelt bleef toch liggen. In het voorjaar van 2011 zijn de Provincie Zeeland en Staatsbosbeheer een project gestart om de vuilnisbelt te saneren en het gebied opnieuw in te richten. Mede door de inspanningen van Bleijenberg, die voortdurend het unieke karakter van het gebiedje onder de aandacht van bezoekers en wetenschappers bleef brengen. "Ik heb door de jaren heen minimaal 33.000 bezoekers rondgeleid. Zonder hen was het niet gelukt." De groeve is zo ingericht dat de bezoekers de zandsteenbanken goed kunnen bezichtigen, maar er niet bij kunnen komen. Ook is er voor kinderen een zandbak gegraven, hierin mogen kinderen zelf graven en graaien.

Ondertussen vertelt Bleijenberg over een plek die hij 'de schatkamer van ome Tom' noemt. "Het is een bijzondere plek voor mij, ik heb het nog nooit aan iemand anders dan mijn familie laten zien. Ik veeg elke dag het pad zodat ik kan zien of er voetstappen van iemand anders op staan." Voor de schatkamer moeten we in het bos zijn. In het bos hangt een kinderfoto op een vogelhuisje. "Dit is mijn kleinkind, vroeger heb ik op deze plek paaseieren gezocht. Mijn kinderen en kleinkinderen hebben dat ook altijd gedaan. Daarom heb ik hier een vogelhuisje opgehangen", zegt Bleijenberg geëmotioneerd. Aangekomen bij de schat van ome Ton, laat Bleijenberg eerst een grote berg oude potten zien. "Dit is een oude melkkoker, vroeger kwam de melkboer aan de deur en schonk de boer de melk in je eigen pan." Al deze spullen lagen onderaan de vuilnisbelt. Als we een stukje doorlopen, komen we uit bij de afgesloten hek, hierachter bevindt zich de schatkamer. "Het grootste bewijs van het ontstaan van de groeve is hier te zien", zegt hij trots: een kleine hut, gegraven in het bos en is overdekt met houten palen en een stuk zeil. In de hut is te zien hoe de afzettingen van de zee door de jaren heen is geweest. "De afzetting is in verschillende lagen te zien. De rand van de vloedlijn, de schelpenlaag en de voet van de helling zijn goed zichtbaar." Door de vele vondsten hier in de groeve is het duidelijk dat hier leven is geweest in de prehistorie. "Er zijn onder meer hier pijlpunten en vuistbijlen gevonden die gemaakt zijn van vuurstenen. Dit waren werktuigen uit het stenen tijdperk." De vuurstenen die gevonden zijn, komen uit de krijtperiode, ze zijn ongeveer een miljoen jaar oud.

Richard Bleijenberg gaat voor naar de 'schatkamer van ome Tom'.

Tussen de zandlagen liggen ook bijzondere schelpen. Deze zijn vooral gevonden tijdens de grote opknapbeurt in 2011. De meeste schelpen in de zandlaag op de groeve zijn versteend. "De schelpen die versteend zijn, kunnen er al duizenden jaren liggen." Bleijenberg raapt er een op. "Het feit dat deze ook nog eens heel is, maakt deze schelp erg bijzonder."

Voor de Meester Van der Heijden Groeve hoeft geen entree betaald te worden. Door het plankier is de groeve ook voor minder valide mensen te bezichtigen.

Door Jerry van Luijk