Toon items op tag: Middeleeuwen

GIDS ONTDEKT VUURTOREN UIT 15DE EEUW IN VERDRONKEN LAND VAN SAEFTINGHE

KIELDRECHT - De bekende Saeftinghegids Richard Bleijenberg (77) heeft een opzienbarende archeologische ontdekking gedaan. Temidden van de slikken en schorren van het natuurreservaat vond hij de fundamenten van een oude vuurtoren uit de 15de eeuw. "Eigenlijk was ik op zoek naar het mysterieuze kasteel van Saeftinghe", vertelt hij. "Al heel mijn leven doorkruis ik het verdronken land op zoek naar overblijfselen van de burcht. Ik denk dat ik nu heel dichtbij ben."

Een oude tekening van het kasteel van Saeftinghe, dat ooit aan de oever van de Schelde stond.

Het Verdronken Land van Saeftinghe is een uitgestrekt schorrengebied van maar liefst 3.200 hectare langs de Westerschelde. In de late middeleeuwen waren het welvarende polders, waarin verscheidene dorpen lagen. Er werd vooral aan landbouw en turfwinning gedaan. Maar het was ook een heel kwetsbaar gebied. Door stormvloeden gingen in de 14de en de 16de eeuw grote stukken ingepolderd land verloren. De zwaarste tol was er tijdens de Allerheiligenvloed van 1570. Volgens de legende bleven alleen de kerktorens overeind en kan je soms nog de klokken horen luiden als vermaning voor ons allemaal. Vier jaar later sloeg de Schelde nog eens toe en reikte het 'Verdronken Land' tot Verrebroek en Sint-Gillis-Waas. In 1584, tijdens de Tachtigjarige oorlog staken soldaten van de Nederlanden de laatste intact gebleven dijken door, waardoor de vernietiging van het gebied een feit was.

HET TIJ SPOELDE DE SKELETTEN SCHOON VAN KOEIEN DIE HIER 500 JAAR TERUG GRAASDEN

De bekende Saeftinghegids Richard Bleijenberg deed samen met zijn schoonzoon Clement Reel-terrijn een belangrijke vondst over deze laatste episode van de Saeftinghegeschiedenis. Ze vonden diep in het schor de fundamenten van een oude vuurtoren die er in de 15de en 16de eeuw als baken stond voor het scheepvaartverkeer. "Het gebied waar de vuurtoren ligt, is de plek waar vroeger de polder De Noord lag", vertelt Richard. "Het is hier waar prins Maurits in 1583 de dijken van het vruchtbare Saeftinghe liet doorsteken. Rond de vuurtoren liggen de sporen van menselijk leven, honderden potscherven, voor het oprapen."

Richard Bleijenberg deed de ontdekking.

Scherven

De scherven dateren uit de 14de en 15de eeuw, zo bevestigt onderzoek van de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland. "Het tij spoelde ook de skeletten schoon van koeien die hier vijfhonderd jaar geleden graasden in de groene polders", vervolgt Richard. "Tussen brokken steen steken hun ribben omhoog uit het slik. Het schor dat de afgelopen zestig jaar twee meter is opgeslibd, kalft nu weer af door de ebstroom die op Saeftinghe beukt. Dit is een gevolg van de verdieping van de Schelde. Die is nodig zodat containerschepen de haven van Antwerpen kunnen bereiken, maar veroorzaakt ook zware golfslag." Volgend jaar zijn de sporen van de vuurtoren wellicht volledig weg. "Daarom hebben we de locatie vastgelegd met gps-coördinaten en is er een ijzeren paaltje in de grond geslagen om de vuurtoren te markeren. We hebben er ook een naam aan gegeven: 'Mira'. Het fundament van de vuurtoren is 3,5 meter breed en gebouwd met middeleeuwse bakstenen." Eerder vond het duo in de omgeving ook al een zogenaamde 'vuurboet'. "Dat is een wat primitievere manier om de scheepvaart met een vuurkorf te gidsen", legt Richard uit. "De 'vuurboet' staat op een 18de eeuwse kaart aangegeven als 'Lantaren van Saeftingen'. Volgens die kaarten stonden de vuurboet en de vuurtoren in één lijn om zo de schepen die vanuit Bergen-op-Zoom hun weg naar de Schelde zochten, veilig tussen de zandbanken te laten navigeren."

OUDE HERDERS VERTELDEN ME DAT ZE DE MUREN VAN HET SLOT HADDEN GEZIEN

Eigenlijk was Bleijenberg niet op zoek naar een vuurtoren, maar wel naar het mysterieuze kasteel van Saeftinghe. Al heel zijn leven droomt Richard ervan om ooit de fundamenten van deze middeleeuwse burcht aan de schorren van Saeftinghe te ontfutselen. Het kasteel 'Saeftingher Slot' werd door gravin Margaretha van Vlaanderen uit strategische overwegingen rond 1279 aan de oever van de Honte gebouwd, een deel van de Westerschelde.

Dijken

Of het kasteel ooit nog gevonden wordt, is een grote vraag. In 1968 werden al eens 32 grondboringen verricht op de plek waar het kasteel vermoed werd te staan, maar zonder resultaat. Bleijenberg denkt dat de muurresten wellicht zijn weggespoeld of in vroegere eeuwen zijn gebruikt om gaten in de dijken te dichten, of misschien wel de vuurtoren te bouwen. "Maar ik geef de hoop niet op." Bleijenberg volgt al jaren het spoor van zijn schoonvader Staf de Maayer, beter bekend als De Sterke van Saeftinghe. "Die vertelde me ooit dat hij rond 1910 nog op de muren van het kasteel had gelopen, muren van meer dan een meter dik. Ook oude herders vertelden ook  dergelijke verhalen. Intussen begeleid ik al dertig jaar toeristen door het Verdronken Land. Ik heb zo’n 40.000 tot 50.000 mensen gegidst. Het is een gevaarlijk gebied. Het tij is verraderlijk en wie de weg niet kent, riskeert zijn leven."

Boringen

Bleijenberg denkt in de buurt te zitten waar het kasteel ooit heeft gestaan, maar om dat zeker te weten, zijn nieuwe boringen of opgravingen nodig. "In ieder geval geeft Saeftinghe stilaan zijn geheimen prijs", besluit hij.

Bergemeester Jan-Frans Mulder van Hulst markeert de plek waar de resten van de vuurtoren werden gevonden.

Door Kristof Pieters