Toon items op tag: Kokmeeuw

NATUURSTEMMEN

Vandaag staat een telling van de kolonievogels van Saeftinghe op het programma; we gaan de nesten tellen van visdief en kokmeeuw. Vooral de visdief broedt helemaal aan de buitenkant van de schorren, dicht bij de Westerschelde. We moeten dus het gehele gebied doorkruisen. Met Marc van De Steltkluut, en Wannes van het Zeeuwse Landschap trekken we het schorgebied in. ’s Morgens is het zicht nog niet helemaal helder. De horizon lijkt in de verte met de schorren samen te vloeien. Bij de eerste de beste diepe geul blijkt er nog te veel water te staan, we kunnen er niet oversteken. "Het water in het schor is steeds wat onvoorspelbaar; het houdt zich niet altijd exact aan het getijdenboekje, want het is ook afhankelijk van de wind", doceert Marc. We besluiten terug te gaan en helemaal om het Speelmansgat heen te lopen. Zwijgend lopen we gedrieën in behoorlijk tempo achter elkaar. We passeren slikkerige stukken met zeebies afgewisseld met lagere vegetaties van schorrenzoutgras en hier en daar hoog opgaande rietvelden. Marc kent hier zelfs de kleinste geultjes en loodst ons steeds via de kortste weg. Het gemakkelijkste is het om achter elkaar te lopen, steeds in hetzelfde spoortje. Kijk hier is het wantij, wijst Marc. "Doordat in deze dwarsgeul bij opkomend tij de vloedstromen elkaar hier ontmoeten, komt het water op deze plaats tot stilstand. De kleideeltjes in het water zakken dan naar de bodem. Zo ontstaat er een hogere rug. Als er veel water staat kan je daarom precies op deze plek het beste oversteken." Om twaalf uur komen we bij de eerste kolonie aan. Ze zit op een oude zanderige oeverwal. Om de vogels zo min mogelijk te storen lopen we zo snel als het kan tussen de nesten door. Het aantal nesten en het aantal eieren wordt snel geturfd. Overal zien we net uit het ei gekropen kuikentjes. Vertederend schattige pluizenbolletjes die soms nog kletsnat zijn. Anderen zitten nog in het ei, maar zijn bezig zich door een gat naar buiten te werken. We treffen twee kokmeeuwnesten aan waarin naast de meeuweneieren ook een visdiefei ligt. Zelfs Wannes en Marc kunnen ondanks hun encyclopedische kennis van dit gebied zo snel niet bedenken wat hier de oorzaak van is. De zilvermeeuwen hebben soms jongen die al zo groot zijn als een kip. Het zijn koddige beesten, nog half in het dons. Als je dichterbij komt, kruipen ze waggelend in de vegetatie weg. Opmerkelijk dat zelfs de kleine en ranke visdiefjes in staat zijn om midden in de kolonies van de zilvermeeuw jongen groot te brengen. Terwijl die forse zilvermeeuwen toch als roofzuchtig bekend staan. "Ja", zegt Wannes, "maar die zilvermeeuwen kunnen ook andere rovers zoals kiekendieven op een afstand houden." De meeste nesten liggen op pakketten veek, rottend plantenmateriaal. Boven dat veek is een zinderende hitte voelbaar. Het is nu helemaal helder. Aan de bomen in de verte op de oevers te zien, zitten we nu zelfs dichter bij Zuid Beveland dan Zeeuws-Vlaanderen. Door de luchttrillingen beginnen de bomen aan de horizon wat te dansen. We verlaten het Konijnenschor en lopen dwars door de enorme brede geul de IJskelder naar de kop van de Marlemonscheplaat. En van daaruit steken we het Hondegat over, richting klein Hondegat. Het landschap is hier overweldigend, paradijselijk mooi. Een brok pure natuur. Hier is geen mensenhand aan te pas gekomen. Opslibbing en erosie maken de dienst uit. Met grof geweld beukt het water iedere vloed tegen de schorranden, die daardoor als hoge kliffen steil uitgeschuurd worden. De afgezette laagjes worden mooi blootgelegd. Vanaf zo’n hoge oever zien we in de geul onder ons een paar grote vissen zwemmen. Het zijn harders. De hitte en al dat gezweet doen ons verlangen naar ook een frisse duik en even later zwemmen we in een zijgeul, temidden van een groepje jonge bergeenden. Als je rustig beweegt en alleen met je hoofd boven water blijft, komen die nieuwsgierige zwart witte kuikens tot op een meter afstand. Ze duiken steeds onder water en zwemmen daarbij rakelings langs me heen. Hun donspakje moet wel goed waterwerend zijn want ze blijven zelf kurkdroog. Op je blote voeten lopend door al die geulen is het pas echt genieten. Je voelt steeds weer andere zand- en kleilaagjes onder de voeten weg glibberen. Zo kan je ook aan den lijve al die verschillende bodemstructuren beleven. In het ondiepe water schieten regelmatig scholen garnalen en brakwatergrondels voor je uit. In de verte vliegt een wolk witte vogels. De scherpe ogen van Wannes zien dat het zeventien lepelaars zijn. Ook een koppel brandganzen, diverse zilverreigers en een paartje grote sterns kruisen ons pad. Aan de horizon nadert een zware onweersbui. De lucht trekt dreigend helemaal dicht. In dit enorm uitgestrekt gebied voel je jezelf klein en kwetsbaar. Gelukkig blijven we de bui net voor. Als alle nesten geteld zijn blijken het 506 visdieven en 187 kokmeeuwen te zijn. Voor zover de herinnering nog precies boven te halen is, zijn er dat toch heel wat minder dan in mijn jeugd. Zo’n veertig jaar geleden was vooral de zilvermeeuw een stuk talrijker. Sinds het afdekken van vuilnisbelten, waar de zilvermeeuwen hun kostje vandaan haalden, zijn de aantallen flink gedaald. Toch is Saeftinghe nog steeds als leefgebied voor planten en dieren erg belangrijk. En nog steeds gaat het om het grootste brakwaterschor van West-Europa. Daar mogen we als Zeeuwen best een beetje trotser op zijn.

Land van Saeftinghe

Bijna 4.000 hectare schor en slik (2.250 hectare schor);

► Tijverschil varieert tussen 4,5 en 6 meter;

► In beheer bij Stichting Het Zeeuwse Landschap;

► Er is een bezoekerscentrum in Emmadorp, bij het gasstation is een vogelkijkhut;

Vrij toegankelijk tot het Speelmansgat en op het plankierpad;

► Opgave excursies via het bezoekerscentrum;

► Tot maximaal 50.000 grauwe ganzen grazen ’s winters vooral op de knollen van zeebies;

► Grootste bekende slaapplek voor bruine kiekendieven van Nederland;

► Ongeveer 1.650 paar tureluurs, meer dan vier maal zoveel als in heel België;

► Herbergt praktisch de hele Nederlandse populatie van de graszanger, een klein Mediterraan zangertje;

► In de Gasdam, die het gebied doorsnijdt, bevindt zich de grootste kolonie van de schorzijdebij met naar schatting 100.000 nesten.

Natuurgebied Saeftinghe is een wirwar van geulen en steil uitgeschuurde schorranden, maar ook broedplaats van vele vogels. Foto Wim Kooyman

Door Lucien Calle