Toon items op tag: Suikerbieten

En als we over "den havenmeester" spreken, dan is dat Louis Lockefeer, geboren op de Kouter op 5 november 1874 als zoon van een bekende schippersfamilie. Hij werd na het tot stand komen van de Emmahaven al op 26-jarige leeftijd havenmeester. Zijn vrouw was Elodie van Overloop, ook een echte Koutermol. Hun eerste kindje, een dochter is nog geboren op de Kouter, in 1898. Louis woonde in een rijkswoning op de kaai van de haven. Het havenhuis is onlangs afgebroken, vlak voor de aanleg van de Deltadijk. Op de voordeur konden we zien hoe dikwijls het huis onder water is gekomen: in 1906 kwam het water binnen tot tafelhoogte en in 1953 kwam het nog iets hoger. De Lockefeer's wisten wel met water om te gaan! In 1900 werd het 2de kindje geboren in het havenhuis, dochter Elisa. Zij is als eerste kind geboren in het Land van Saeftinghe; daarna zagen er nog zes kinderen het levenslicht. De laatste was John Lockefeer, geboren in 1912. En nog veel later, in 1941, werd nog een telg van een Lockefeer stam geboren, de ons allen bekende (nog in leven zijnde) Jef Lockefeer. In 1939 kreeg de havenmeester een grote onderscheiding van de Koningin, vanwege grote verdiensten. Kort daarna in 1940, gaf hij zijn functie over aan zijn jongste zoon John. Het werk van de havenmeester was in die tijd een drukke bezigheid. Denk nog maar eens aan het spuien. De spuikom, die achter de haven lag, moest elke dag tweemaal open- en dichtgedraaid worden, om het slik met laagwater uit de haven te houden. Ook de verlichting aansteken aan de haven was zijn taak. Boven op de dijk, richting straat, stonden 2 lantaarns om de schippers de richting aan te geven. 's Nachts was het helsdonker en kasseiweg was er nog niet. Te voet, meestal met een kruiwagen, kwamen de schippers naar de haven. Het was ploeteren en oppassen of je zat in de sloot! Er werd gevist op garnaal, maar mosselvissers waren er veel. Het mosselzaad dat werd gevist op de turfbanken was tot verbekend in de Provincie. In september leek het wel een armoede van zaadvissers. Dat heb ikzelf nog gezien in 1952: drie tot vierhonderd zeehonden kon je zien liggen vanaf Doel tot Breskens. Toen was de Schelde nog een zuivere rivier en vele mensen verdienden er hun kost. De haven werd niet alleen gebruikt voor de visserij, maar in de omliggende polders werd er veel verscheept. In het najaar waren het suikerbieten. De bieten werden gewogen op de weegbrug bij ’t cafeetje van de familie Buys. Het waren de zonen van de havenmeester die toen al een schip hadden om de bieten naar de fabrieken te verschepen. Het eerste schip noemden ze "de Scheldezonen", een eigendom van de oudste zoon. Maar er kwamen nog vijf boten en allen kregen de namen van de kinderen Lockefeer op de voorsteven. Later werd nog met zand gevaren: jonge mensen van de Kouter werden er als knecht en leerden er het schippersvak. De Emmahaven is de schipperschool geweest waar jongens kennis kregen van eb en vloed. Zeer bekwame schippers zijn daar grootgebracht. Ze leerden er varen en werken. Maar de haven geraakte in verval. De laatste visser die de haven verliet was Jozef van der Heyden. Hij moest er weg vanwege de verzandingen. In 1985 leidde ik (Richard Bleijenberg) een wandeling in 't Schor, waarbij ook de directeur van Soc. Gen. Dragage (het huidige Dredging), dat was de Heer G. van der Cruyssens. Hij wilde het haventje nog eens zien. Hij stond er bij stil en zei: "hier is de school waar mijn kapiteins hun vak hebben geleerd". Bij het tegenwoordige Dredging International hoort men nog familienamen die herinneringen oproepen aan de vroegere vissersvloot. Saeftinghe is nu een internationaal natuurgebied, waar die de volle aandacht krijgt. Het ware mooi geweest er een schip in de plaatsen waar ooit de haven was en dat te gebruiken als bezoekerscentrum. Helaas, het is een gebouw geworden en de haven geraakt vergeten, eveneens als de mensen die daar leefden... In april 2002 is de tentoonstelling wel aangepast en is er toch een afdeling gewijd aan de voorgangers van 't gebied: schippers, schaapherders, ze zijn er nu te bekijken. In ieder geval de moeite waard er eens aandachtig rond te lopen en terug te denken aan de Emmahaven van weleer...

De weg naar de Emmahaven begin vorige eeuw. De grote lijnen hiervan zijn nu nog te herkennen.

Toen in 1898 de Emmapolder werd ingedijkt, kwam er ook een nieuwe haven met een mooie spuikom. Dit was een reusachtige vooruitgang voor de vissers van Nieuw-Namen. De glorietijd was wel tussen 1930 en 1940. Er lagen toen een honderd vaartuigjes in de Emmahaven, scheepjes zoals hier op de foto tegen het huis van de havenmeester. Ieder vaartuigje betekende een gezin op Nieuw-Namen. Elke visser had zijn afnemers, leurders, vooral uit Kieldrecht. Ook kwamen er beurtschippers. Zo’n beurtschipper was Adrianus van Denderen. Hier op de foto zien we op de voorgrond zijn eerste houten zeilscheepje. Hij deed alle veertien dagen Rotterdam aan en bracht dan met zijn scheepje de boodschappen en bestellingen mee voor de winkeliers op het dorp. Hij vervoerde vooral kaas, matten, vijgen en olienoten.

De suikerbieten lagen klaar langs de dijk om zo via het water verscheept te worden naar de fabriek. Deze foto dateert uit begin jaren 1920.

Het schippersgezin van havenmeester Louis Lockefeer. Op de foto genomen voor het huis aan de haven, zien we, van links naar rechts: Julia Lockefeer, haar man schipper Arthur van Overloop, Elisa Lockefeer, Maria Lockefeer, moeder Lockefeer - van Overloop, havenmeester Louis Lockefeer en zijn zonen Serephinus, Jacobus, Jozef en John. Let op de typische schipperspetten.

Door Richard Bleijenberg