Toon items op tag: Paul Vreuls

Op zijn fietstocht langs de rand van Nederland belandt Paul Vreuls in Hulst. Dat stadje blijft hem bij, zo schrijft hij in zijn boek De Ronde van Nederland. "Om de Dubbele Poort, en om het oeroude gebaar dat ik er zag: de manier waarop een oudere man bij het verlaten van het café zijn arm in die van een ander stak. Zo vertrouwt, zoveel vriendschap sprak daaruit", noteert hij met veel genegenheid.

Paul Vreuls is een goede observeerder. Dat niet alleen. Hij noteert ook die kleine dingen die hem zo opvallen, zoals die man in Hulst die bij het verlaten van het café dat oeroude gebaar maakt. Zijn boek is doorspekt met zulke kleine waarnemingen. Zo laat hij duidelijk blijken dat hij verrast is als hij in Aardenburg geconfronteerd wordt met ’simpele straten’, de oude moestuinen en de wallen die nog niet verborgen zijn achter een teveel aan nieuwbouwwijken. Hij mijmert vervolgens dat het maar goed is dat er ooit besloten is tot de bouw van compleet nieuwe steden zoals Almere en Lelystad. Daar wordt in de regel nogal laatdunkend over gesproken. Maar die nieuwe plaatsen hebben volgens hem er wel voor gezorgd dat niet alle steden en dorpen in nieuwbouwwijken zijn verstikt. In het Archeologisch Museum in Aardenburg ontmoet hij ook Jan Goedbloed. Hij noemt hem de ideale museumgids. "Geen scherf of hij kan hem duiden, geen voorwerp of hij heeft een verhaal". Vreuls is vooral onder de indruk van het verhaal over de paardenkaak met z’n versleten onderkant. Goedbloed snapte daar niets van, totdat hij na lang speuren ontdekte dat het bot ooit dienst heeft gedaan als onderstel van een kinderslee. Als bewijs heeft hij een foto van een schilderij van Breughel waarop zo’n sleetje is te zien. De Ronde van Nederland is een prettig leesbaar verslag van een tocht langs de gehele Nederlandse grens. In opdracht van de redactie van Op Pad, het ANWB-blad voor wandelaars en fietsers, schreef Vreuls elf artikelen over zijn fietstocht die nu zijn gebundeld.

Mensen

Vreuls start in Amsterdam, koerst zonder omwegen naar de Noordzeekust en rijdt vervolgens met de wijzer van de klok mee langs de rand van Nederland. Vreuls schrijft niet alleen over wat hij ziet maar vooral ook over de mensen die hij onderweg ontmoet. Allemaal heel gewone mensen maar in het gewone toch heel bijzonder, met ieder hun eigen verhaal, schrijft hij. Een van hen is Ria Brakman in Groede. Ze nodigt hem uit aan haar keukentafel als de schrijver tot de ontdekking komt dat het plaatselijke restaurant vol zit. Aan die tafel krijgt hij ook het recept van paptaart, volgens hem een echte lekkernij uit (West-)Zeeuws-Vlaanderen. Hij is echter vergeten het recept in zijn boek op te nemen. Wie het niet kent, kan echter terecht op internet waar via verschillende zoekmachines het recept van Groese paptaart eenvoudig is te vinden. Ontmoetingen met mensen; het lijkt zo gewoon, maar dat is het niet, ontdekt Vreuls. Het is volgens hem een godswonder als je iemand tegenkomt. "Want met z'n allen zijn we ontzettend druk. En als we even zitten, gaat de televisie aan. Toch is hij erin geslaagd heel wat interessante mensen te ontmoeten. In Nieuw-Namen bijvoorbeeld, 'een gehucht op de grens met België, achter schier eindeloos geploegde Zeeuwse klei'. Daar ontmoet hij Risjaar (eigenlijk Richard, maar allee, we zijn ’ier in Vlaanderen) Bleijenberg. Van hem hoort Vreuls verhalen over zijn tijd als gids door het Verdronken Land van Saeftinghe en over de oorlog, toen de Duitsers geen vat kregen op dat land van slikken en schorren.

Basiliek

Vreuls heeft wat met kerken. Weliswaar is de ontkerkelijking bij wijze van spreken inmiddels voltooid, maar dat wil nog niet zeggen dat de christelijke cultuur uit onze samenleving is verdwenen, schrijft hij. "Gelukkig maar, want als dat zo zou zijn zouden we het zonder de rijke nalatenschap van de cultuur moeten doen." Hij doelt dan op bijvoorbeeld de Sint-Baafskerk in Aardenburg en de basiliek van de Heilige Willibrordus in Hulst. Die laatste kerk bekijkt hij vol bewondering vanaf het triforium, de zuilengang boven de bogen van het middenschip. "Daar staande, met uitzicht op het koor, kun je pas echt een idee vormen van de waaghalzerij waarmee zo’n kerk moet zijn gebouwd." Na Zeeuws-Vlaanderen vervolgt Vreuls zijn tocht langs de Walcherse en Schouwse kust richting het noorden, maar daarover heeft hij maar weinig te vertellen. Hij is wel verbaasd over de enkele rij duinen op Walcheren. "Weliswaar hoog, maar toch." Wel ziet hij onderweg wulpen, puttertjes, een rotgans en een koppel reeën, en het valt hem op dat de Oosterschelde zo mooi smaragdgroen is.

Veilig

Pas als hij de Zuid-Hollandse eilanden bereikt heeft hij weer een interessante ontmoeting: Bert de Vlaming in Stellendam. Die vertelt hem over de nacht van de Ramp. Op de vraag of hij zich nu veilig voelt achter Stormvloedkering en Brouwersdam, antwoordt hij veelzeggend: "Ik voel me veilig in mijn geloof." De Ronde van Nederland is geen boek voor de echte kilometervreters. Het is veel meer bedoeld voor mensen die rustig met de fiets een deel van Nederland willen verkennen. Vreuls raadt aan om niet exact zijn route te volgen omdat aan het eind van elke weg wel iets valt te zien en te beleven. Dat zullen de fietsers die in de sporen van Vreuls treden, zullen dat aan den lijve ondervinden wanneer ze bij Kruiningen willen oversteken. Daar zullen ze ontdekken dat de veerpont naar Perkpolder al ruim een jaar niet meer vaart. Daarover valt in het nawoord echter niets te lezen.

Door Emile Calon

Paul Vreuls: De Ronde van Nederland; 2004 fietskilometers in elf etappes, Uitgeverij V&W Media Producties Amsterdam, euro 17,95