Toon items op tag: Klis

"Op wandel door Saeftinghe"

Van op afstand lijkt het Verdronken Land van Saeftinghe niets meer dan een uitgestrekt grasveld. Maar schijn bedriegt: de vloed kan zo snel opzetten dat je ingesloten raakt en in de slikken kun je onverwachts diep wegzakken.

Verdwenen in de golven

Zo’n duizend jaar geleden was het Land van Saeftinghe een woest en zilt veenmoeras. Vlaamse monniken trokken het gebied binnen en begonnen met de bedijking en de landwinning. Twee eeuwen later was het noordelijke deel veranderd in een akkerbouwgebied. Er ontstonden vier dorpen: Saeftinghe, Sint-Laureins, Namen en Casueele. Saeftinghe bereikte zelfs de status van Vrije Heerlijckheyd en was in het bezit van een slot. De heerlijkheid van Saeftinghe bereikte in de 16de eeuw zijn grootste omvang, maar zou in diezelfde eeuw geheel ten onder gaan. Tijdens de beruchte Allerheiligenvloed van 1570 liep het grootste deel van het gebied onder water. Gebrek aan geld bij de eigenaars van de gronden en de troebele tijden van de oorlog waren de oorzaak dat de dijken amper werden hersteld. Vier jaar later sloeg de zee weer toe en kwam het water tot voor Beveren, Vrasene en Sint-Gillis. Tenslotte staken in 1584 vijandelijke troepen de laatste intact gebleven dijken door. Saeftinghe en de andere drie dorpen verdwenen met achthonderd inwoners in de golven.

Via grote en kleine geulen komt het water vliegensvlug op.

Saeftinghe is met zijn 3.500 hectare de grootste brakwaterschor van Europa.

"De Nederlanders zijn er terecht trots op, maar het Verdronken Land überhaupt bestaat, is te danken aan de Belgen", zegt Richard Bleijenberg (67) die al zijn hele leven rondwaart in het gebied en elk schor, slik, geul en kreek kent als zijn broekzak. "Kort na de Tweede Wereldoorlog was Saeftinghe een woest gebied waar niemand naar omkeek. Ik was een jongen van twaalf en hoorde op de dorpsschool een boerenzoon opscheppen dat zijn vader binnenkort een hoeve met akkers zou krijgen in het Land van Saeftinghe. De Nederlandse regering was inderdaad van plan om het hele gebied te bedijken en in te polderen. Maar zover is het nooit gekomen want de Belgische regering wrong tegen. Volgens de Belgen was Saeftinghe een natuurlijke buffer tegen de opkomende vloed. Een heel terechte zienswijze van de Belgen want het Verdronken Land vangt als een gigantische bergingskom overtollig water op dat anders Antwerpen en zijn industrieterreinen zou bedreigen. Zonder Saeftinghe zou bij stormvloed het standbeeld van Rubens op de Groenplaats tot aan zijn voeten in het water staan. België had er dus alle belang bij om het Verdronken Land van Saeftinghe te sparen." "De Nederlanders die nu zo trots zijn op dit gebied, hebben lange tijd geen respect gehad voor Saeftinghe. Halverwege de jaren zestig werd nog dwars door de schorren een sleuf gebaggerd om er een pijpleiding te leggen die het aardgas van Slochteren tot in Zeeuws-Vlaanderen moest brengen. Die pijp werd niet in de bodem gelegd, maar er bovenop zodat een kunstmatige dijk ontstond, de zogenaamde Aardgasdijk."

Brak

Door het schorrengebied lopen drie grote geulen- Speelmansgat, IJskelder en Hondegat- en honderden kleinere geultjes tweemaal daags vol. De IJskelder die er bij eb zo vredig uitziet, verandert dan binnen de minuut tot een woeste stroom. Het Verdronken Land van Saeftinghe ligt in de meest noordoostelijke punt van Zeeuws-Vlaanderen waar de Schelde uitmondt in de Westerschelde, ook wel De Honte genoemd. Vanuit de Westerschelde stroomt zout zeewater binnen. Vanuit de Schelde komt er zoet water in. En waar zoet en zout zich vermengen is sprake van brak water. In die brakke waterhuishouding ontstond een bijpassende flora. Echt veel verschillende planten groeien er niet. Wel bijzonder als de zeeaster, de zeekraal, het schorrekruid, gewone zoutmelde en lamsoor. Richard Bleijenberg plukt een klein wit bloempje. "Kijk, dit is de schijnspurrie. Een bloempje met een truc." Als hij het stengeltje in een plas brak water houdt, sluit de bloem zich en neemt daarbij een luchtbelletje mee naar binnen. "Zo blijft het stuifmeel droog en blijft de voortplanting verzekerd. Is het water weg, dan gaat de bloem weer open."  Rond onze hoofden vliegt een benauwde vogel. "Dat is een tureluur", weet Richard. "Zij is in paniek omdat we haar nest te dicht zijn genaderd." Onze gids kent zijn vogels. "De aparte plantenwereld en de rust zijn ideaal voor vele vogels. Tienduizenden vogels zoals smienten, ganzen en pijlstaarten overwinteren hier. Andere vogels zoals tureluurs, meeuwen, kluten en visdieven blijven om te broeden." "Maar vorige week zag ik in het uiterste noorden van het gebied een koppel fazanten met zes kuikens. Die horen hier niet. Hun verschijning ondersteunt mijn stelling dat het Verdronken Land langzaam aan het verlanden is. Dat zoet het stilaan wint van zout. Dat merk je ook aan de toename van zoete planten als het harige wilgenroosje, de akkerdistel en de klis en de achteruitgang van zoute planten als schorrenkruid en zeeweegbree." "Die oorzaak is verzanding. De vloed is veel forser dan de eb. De eb is langzamer en heeft de kracht niet om alle aangespoeld zand weer uit te spugen." "Dit is een puur natuurlijk proces en niet te wijten aan menselijke ingrepen op de Schelde. Waar ik me wel zorgen om maak is de ijver van de Belgen om de Schelde te verdiepen. Eigenlijk is de Schelde diep genoeg, behalve op een tiental plaatsen waar de bodem bestaat uit harde grond en zelfs rots. Die drempels zijn natuurlijke vloedremmers. Zonder drempels krijgt de vloed een vrije loop in volle spoed tot in Antwerpen. Saeftinghe zal dan niet meer fungeren als waterbergingskom."

Patatstoemper

Richard Bleijenberg is een echte Zeeuw, maar met een flinke dosis Vlaams bloed in zijn aderen. Als kind raakte hij al gefascineerd door de ongereptheid van het Verdronken Land. "Emmahaven was toen nog echt een haventje waar mosselschuiten en garnaalvissers aanlegden. Ik zwierf er graag rond. Voor de natuur, maar ook omdat er veel te vinden was. Oud gerief van de Duitsers. In hun haast om tijdens hun aftocht over de Schelde te geraken, lieten ze heel wat materieel achter. Zo bracht ik geregeld bestekken en gamellen mee naar huis." "Op zekere dag ontdekte ik in het schuurtje naast het havenhuis een Duitse kist. Ik brak ze open en daar lag een hele rij blinkende patatstoempers. Dat kwam goed uit want ons moeder haar patatstoemper had het begeven en puree mee haring was onze lievelingskost. Trots bracht ik de patatstoempers mee naar huis. Toen moeder me zag aankomen, slaakte ze een gil want die zogenaamde patatstoempers waren niets anders dan Duitse handgranaten." "Eind jaren veertig verbood de Nederlandse overheid de vissers om hun garnalen en mosselen op de kade rechtstreeks te verkopen aan de handelaren. Alle gevangen vis moest geveild worden in vismijnen. Dat was het begin van de ondergang van Emmadorp. De vissers vertrokken naar Doel, Breskens en Zierikzee en ook de havenmeester verdween. Eén van zijn taken was het spuien van de havenkom. Bij elke hoogtij stroomde water in de spuikom. Bij laag water werden de deuren open gedraaid en spoot het spuiwater de haven schoon. Toen dat niet meer gebeurde, is het haven op vijf jaar helemaal dichtgeslibd." "Ikzelf heb mijn hele leven op de Schelde gevaren. Ik was schipper op een bootje dat het personeel naar de baggerschepen bracht. Tot voor drie jaar was ik ook gids in het Verdronken Land van Saeftinghe. Maar nu op mijn 67ste kan je mij hier nog geregeld vinden. Het Verdronken Land laat mij niet los."

Praktisch

Het grootste deel van het Verdronken Land is niet zomaar toegankelijk. Vanwege de veiligheid (de vloed komt sneller op en in het slik zak je dieper weg dan je denkt), maar ook om de kwetsbare schorren en slikken te beschermen. Wie zijn auto parkeert aan het bezoekerscentrum in Emmahaven, vindt achter de dijk een achthonderd meter lang vlonderpad van waar je de planten, vogels en geulen prima kan bekijken. Er bestaat ook de mogelijkheid tot excursies onder leiding van een gids. Zo’n tocht duurt drie tot vier uur en is tamelijk zwaar. Zwangere vrouwen, hartpatiënten en kinderen  jonger dan 10 jaar worden niet toegelaten.

Excursies dienen schriftelijk te worden aangevraagd bij het bezoekerscentrum Saeftinghe, Emmaweg 4, 4568 PW Emmadorp  (Nieuw-Namen). 

Teksten: Koen Verstraeten