Toon items op tag: IJzeroer

NIEUW-NAMEN - In de Meester van der Heijdengroeve in Nieuw-Namen zijn gisteren resten van een prehistorische pot uit het Kauterse 'rost zand' gehaald.  Volgens archeoloog H. Jongepier van het Provinciaal Archeologisch Centrum Zeeland (PACZ) dateert de pot uit de bronstijd. Niet eerder werden er in Zeeuws-Vlaanderen artefacten van drieduizend jaar oud gevonden.

De opgraving van de eeuwenoude potscherven in de groeve in Nieuw-Namen gebeurt met de grootste nauwkeurigheid. Foto Camile Schelstraete

Beheerder Richard Bleijenberg van de groeve vond de eerste scherf van de pot twee weken geleden bij werkzaamheden nabij de groeve. Door erosie slijt steeds een laagje van de groeve af en daardoor kwamen de resten aan het licht. Bleijenberg waarschuwde meteen het PACZ en Staatsbosbeheer, eigenaar van de groeve. De vondst werd stilgehouden omdat men bang was voor 'schatgravers'. Gisteren kwamen Jongepier en zijn assistent onder het toeziende oog van boswachter H. van der Weele, de Hulster burgemeester A. Kessen en geïnteresseerde dorpelingen de rest van de pot losmaken uit het zand in de wand van de groeve. De archeoloog ging zeer voorzichtig te werk. Met een schop schraapte hij heel minutieus laagje voor laagje rond de pot weg en met een troffel werd het zand heel dichtbij de pot weggehaald. De vondst bleek nog redelijk gaaf te zijn, een halve pot kwam ongeschonden uit de groeve.

Handgevormd

"Uit ervaring kan ik zeggen dat de pot zo'n drieduizend jaar oud moet zijn. Het is duidelijk dat de pot handgevormd is", zegt Jongepier. "Ik ben benieuwd naar wat er in de pot zit. Mogelijk is het een urn en vinden we botfragmenten, of vuursteen." Mogelijk worden er later nog meer potten gevonden. De scherven en de rest van de pot worden overgebracht naar Middelburg waar de pot wordt schoongemaakt en geïmpregneerd met een speciale oplossing voor het behoud van het artefact. De scherven worden daarna aan elkaar geplakt. Jongepier was zeer enthousiast. "Iedere vondst is speciaal, maar het is nog nooit voorgekomen dat we artefacten uit de Bronstijd hebben gevonden in Zeeuws-Vlaanderen. De geldelijke waarde van de vondst is dan misschien niet groot, de wetenschappelijke waarde is dat wél." Bleijenberg meent dat de prehistorische mens die de regio heeft bevolkt ijzer probeerde te maken. Hij leidt dit af aan de vondst van vele brokken zogenaamd ijzeroer, stukken mineraalhoudend steen die door blootstelling aan water en lucht zijn gaan oxideren. Bleijenberg: "Oud-stadsarcheoloog J. Steyns zei het vroeger al; 'in de groeve hebben prehistorische mensen gelopen'. Ze lachten hem toen uit, maar hij had toch gelijk." Kessen wil de prehistorische pot graag een plaatsje geven in het pas aangekochte Landshuis in de Hulster Steenstraat, maar daar moet Staatsbosbeheer toestemming voor geven. Tot die tijd kunnen belangstellenden een kijkje gaan nemen in de groeve, waar de vindplaats en foto's van de pot te zien zijn. Bleijenberg geeft rondleidingen. De groeve is open tot en met de herfstvakantie en is ook geopend op eerste en tweede paasdag.

Door Sheila van Doorsselaer