Toon items op tag: Graszanger
Waar de schelde een scherpe bocht neemt en westwaarts zijn weg naar de zee zoekt; ligt stroomafwaarts, voorbij Doel, het Verdronken Land van Saeftinghe. De schaduw van de vooruitgang buigt zich dreigend over dit gebied.
Wie met zijn rug naar de kerncentrale van Doel staat, heeft het mooiste uitzicht op het Verdronken Land van Saeftinghe, met zijn 3500 hectare schorren en slikken het grootste brakwatergebied van West-Europa. Een aparte flora, een paradijs voor vogels en een ideale plaats om te onthaasten tijdens een flinke wandeling. Zonder begeleiding kom je er echter niet in en juffertjes blijven beter thuis, want het belooft een verraderlijke tocht te worden, ploeterend door slijk, glijdend langs hellingen en uitkijkend naar drijfzand. Maar wie het waagt, wordt honderdvoudig beloond.
Allerheiligenvloed
Op een hedendaagse kaart het dorpje Saeftinghe zoeken, is vergeefse moeite. Nochtans verloopt de landwinning onder impuls van de abdijen aanvankelijk voorspoedig. Rond 1300 mag Saeftinghe zich zelfs stad noemen. Het gaat de inwoners voor de wind want kronieken melden voor 1391 de geboorte van 5500 lammeren in Saeftinghe. Toch zit de klad erin: de overstromingen beginnen elkaar steeds sneller op te volgen. Omdat het ook economisch minder goed gaat, verdwijnt de veerkracht om de schade te herstellen. De Allerheiligenvloed van 1570 wordt vaak beschouwd als het moment van de ondergang. Hoewel Saeftinghe van de kaart wordt geveegd, zijn er pogingen om dijken te herstellen, maar de definitieve doodsteek volgt enkele jaren later. In de strijd tussen de Spanjaarden en de opstandige Nederlanden laat het stadsbestuur van het belegerde Antwerpen de dijken doorsteken. Van de immense oppervlakte die toen onder water verdween, ware Saeftinghe, Namen, Sint-Laureins en Casuele definitief verzwolgen. Dat gebied vormt voortaan het Verdronken land van Saeftinghe.
Veertig soorten
Door de getijdenwerking van de Westerschelde ontstond opnieuw een gebied van schorren en slikken van 3500 hectaren; zo’n zevenduizend voetbalvelden. Luchtfoto’s vertellen veel over Saeftinghe. Met zijn talloze kreken en geultjes, die soms slechts een paar decimeter diep zijn, ziet het eruit als een goede dooraderde long. "Die associatie is terecht," merkt conservator Jos Neve op, "tenslotte is Saeftinghe een reusachtig natuurgebied met een hoge ecologische waarde. Het heeft een typische flora die zich aangepast heeft aan het brakke water. Meer dan veertig verschillende soorten gedijen in dit merkwaardige gebied." De lage kommen, die bij elk getij overstromen, zijn begroeid met Engels slijkgras, zeekraal en riet. Het Engelse zeegras werd begin vorige eeuw aangeplant om de landwinning te bevorderen. In de hoger kommen vind je vooral schorrenzoutgras, zeebies, kweldergras en zeeaster. Strandkweek, spiesblad en zoutmelde groeien veeleer op de hogere oeverwallen, net als ronde rus en melkkruid die de grens aangeven tot waar de zilte invloed reikt. Grazende runderen moeten de verruiging van de begroeiing beletten.
Heksenborrel
We beginnen de wandeling. Ondertussen praat Jos honderduit over merkwaardige exemplaren. De sterk geurende zeealsem geldt vanouds als een uitstekend insectenwerend middel. "Vroeger werd het in de kasten tussen de kleren of in de strozakken gestoken tegen luizen en ander ongedierte. Vermengd met jonge jenever heeft het een extra geestverruimend effect, zoals absint. Zo’n drankje heet niet zo maar heksenborrel." Elders wijst Jos op het lepelblad, de eerst bloeier op Saeftinghe en in het najaar dus minder in het oog springend. "Het bevat veel vitamine C. Zeelieden kenden het al en gebruikten het als middel tegen scheurbuik." Ook de zeekraal en de zeeaster - een typisch Zeeuws plantje - zijn eetbaar. Gesneden zeeaster is een groente die op spinazie lijkt. Imkers komen hun bijenvolk bij de bloeiende zeeasters plaatsen. "De honing van die bijen is heel lekker ondanks de penetrante geur die doet denken aan sokken die enkele weken gedragen zijn", vertelt hij met toegeknepen neus. Wel voegt hij er onmiddellijk aan toe dat in het natuurgebied alle plantjes beschermd zijn.
De legende Saeftinghe
De legende vertelt dat Saeftinghe “scone ende vruchtbare” was met kastelen en twee kerken. De inwoners hadden grote rijkdom verworven, maar die was hen naar het hoofd gestegen en had hen ijdel en hovaardig gemaakt. De drempels van hun huizen waren van goud en de hoeven van de paarden van zilver. Arme lui werden brutaal weggejaagd. Op zeker dag ving een schipper een zeemeermin. Ondanks de smeekbeden van de meerman weigerde de schipper het “wijfken” terug te geven. Toen sprak de meerman een vloek uit: "Het Land van Saeftinghe zal vergaan en alleen de torens zullen blijven staan." Door de "impetueuse" vloed van Allerheiligen anno 1570 werd Saeftinghe door de zee verzwolgen "met alle hussen ende inwoonders." Nog volgens de legende kan men soms de klokken nog horen luiden "totte onse allere vermaeninghe."
Vogelparadijs
De wandeling door het schorren- en slikkengebied is niet eenvoudig, maar alleszins een zeer avontuurlijke ervaring. Het is ploeteren om overeind te blijven, nu eens wegzakkend in het slib van een slik, dan weer uitglijdend als je van een schor afdaalt of struikelend als je een geul niet opmerkt. "Het zuigeffect van de modder is extra groot voor iemand die zijn voeten verkeerd plaatst", helpt Jos het gezelschap vooruit. Het gesteun, de kreten en gillen verraden dat je die techniek niet meteen onder de knie hebt. Tijdens de rustmomenten is er tijd te over om de natuur op je te laten inwerken. En die indruk is overweldigend; de verbondenheid met de natuur is groot. Saeftinghe bereidt zich op de winter voor en blijkt dan ook een paradijs voor vogels. "Vanaf het najaar strijken tienduizenden vogels neer om te overwinteren. De belangrijkste gasten zijn de kol- en de grauwe gans evenals de smient, een kleine eendensoort waarvan er soms wel 60.000 zijn. De grauwe gans is een heel aparte vogel. Hij voedt zich met de knolletjes van zeebries die tot 20 cm diep in de grond zitten. Die knolletjes kan je met een hamer amper stuk slaan, maar de grauwe gans verteert ze in minder dan een uur." Saeftinghe is het jaar rond een paradijs voor vogels. Het is de grootste slaapplaats van West-Europa voor de kiekendief. In de broedtijd telt het Verdronken Land duizenden nesten. Vogelaars komen er aan hun trekken en kunnen genieten van diverse meeuwensoorten, visdieven, kluten maar ook tureluurs en andere zoals de graszanger of blauwborst. "Sommige, zoals de graszanger die uit het gebied rond de Middellandse Zee komt, zijn zeer zeldzaam. We zijn er best fier op", prijst de conservator 'zijn' natuurreservaat extra aan. Alsof dat nodig was. Zelfs wie met modder tot achter zijn oren van een wandeling terugkeert, plant snel een volgend bezoek. De roep van de klokken uit de kerk van het Verdronken Land van Saeftinghe blijft verleidelijk als een sirenenzang.
Op verkenning in de Kreek van Kieldrecht en het Verdronken Land van Saeftinghe
Ooit was het zuiden van de provincie Zeeland en het noorden van de provincie Oost-Vlaanderen één krekencomplex. Onze voorouders probeerden er voortdurend land in te polderen. Geregeld herwon de Westerschelde verloren terrein. In het Verdronken Land van Saeftinghe heeft de Westerschelde op dit ogenblik vrij spel. Het erop aansluitend gebied is ingepolderd. Slapende dijken, kreken en geulen zijn de tastbare getuigen van de hardnekkige strijd die mens en natuur hier leveren om te overleven. Tijdens een fikse wandeling in zompig gebied krijgt u het verhaal van inpoldering en overstroming, wordt stilgestaan bij de toekomst van het Verdronken Land en de erop aansluitende Scheldepolders en wordt gezocht naar een evenwicht tussen mens en natuur.



Voor vogels zoals (van links naar rechts) de scholekster, het witgatje, de wulp, de rosse grutto en de oystercatcher is dit een gedroomd terrein.

Het water doet het gebied tweemaal per dag vollopen, waarbij het water 1 meter per uur stijgt.

Kniehoge laarzen zijn geen luxe voor een excursie in het natuurgebied. Het doorwaden van slikken blijft een hachelijke onderneming.


Vanuit de lucht ziet het gebied eruit als een goed dooraderde long. Koninklijke Vereniging voor Natuur- en Stedenschoon. Foto’s Marc Slootmaekers
Tekst Jan van Eyck