Toon items op tag: Oeverwallen
Het begon ooit met en losse verspoelde scherf. De duimen van de pottenbakker waren er nog op zichtbaar. Het werd nog boeiender toen er twee scherven van hetzelfde voorwerp werden bijgevonden. Ze pasten aaneen tot een groter fragment. Er werd vervolgens in boeken naar informatie over aardewerk gezocht. Voorwerpen werden vergeleken. Langzaamaan werd er kennis opgedaan. Daarbij werd de gelegenheid te baat genomen om een kijkje te nemen in de geërodeerde oeverwallen van de rivier de Schelde. Rond 1963 begonnen mijn eerste onderzoeken, meestal met een spade. Later kwam de prikstok erbij. Te oordelen naar de vondsten moet er langs de Scheldeoevers intensieve bewoning zijn geweest. Alle woonplaatsen lagen ongeveer op de huidige gemiddelde laagwaterlijn. Dat betekent dat de mensen zich veilig waanden op een hoogte van 2,40 m onder NAP en soms nog op een iets hoger niveau. Uiteindelijk werd de stijging van de zeespiegel hen fataal. Hoge waterstanden, gepaard met zware stormen, overstroomden vele dorpjes. De mensen moesten vluchten naar hoger gelegen gebieden. Sommige huizen warenter beveiliging omringd met kleine grachten. De huizen bestonden uit wanden van gevlochten takken. Het dak moet van riet zijn geweest. Stenen muren en tegelvloeren ontbraken. De vele gevonden fragmenten van de vuurklok in deze hutten tonen aan dat het voorwerp om het haardvuur te doven in elke woning aanwezig was. Vele houten voorwerpen hebben de tand des tijds niet overleefd. Het aardewerk daarentegen wel. Het zijn de stille getuigen van een ver verleden. In de tentoonstelling "Aardewerkvondsten langs de Schelde" is een klein gedeelte van de Middeleeuwse keuken opgesteld. Bij het kijken naar deze voorwerpen dringen zich vanzelf vragen op. Wie was de pottenbakker? Hoe zag de vrouw er uit die voor het laatst deze kom of schaal gebruikt heeft? En tenslotte hoe is al dit materiaal in de Scheldebodem terecht gekomen? Deze vragen zijn vlugger gesteld dan beantwoord. Want tussen het teloorgaan en het terugvinden en reconstrueren van de voorwerpen zit ongeveer 700 jaar. Met deze tentoonstelling wil ik belangstelling wekken voor de wijze waarop onze verre voorouders langs de oevers van de Schelde geleefd hebben. De stille getuigen in de vitrine zeggen ons veel. Terug naar de tijd van vroeger kan niet meer. Maar laten we tot ons doordringen dat de huidige wegwerpmaatschappij ten koste gaat van de natuur. Wie de natuur bemint, bemint zichzelf. De tentoonstelling is gans de maand juli te bezichtigen in het Bezoekerscentrum, Emmahaven, alle dagen (behalve maandag) van 10 tot 16 uur. Ook in de weekends.
Door Saeftinghegids Richard Bleijenberg