Toon items op tag: Kraamkamer
Vanaf zijn vroege jeugd struint Richard Bleijenberg (64) uit Nieuw-Namen al door Het Verdronken Land van Saeftinghe. Om te spelen, te vissen, te stropen, archeologisch onderzoek te doen, flora en fauna te bekijken of gewoon rustig van de natuur te genieten. Sinds Het Zeeuwse Landschap midden jaren zeventig beheerder van het grootste brakwaterschor van Europa werd, leidt hij op verzoek van de stichting, mensen rond over schorren en slikken. Vandaag, zaterdag 7 oktober 2000, neemt Bleijenberg op de jaarlijkse gidsendag afscheid als rondleider door Saeftinghe.
Een gezonde dosis moralisme is Richard Bleijenberg nooit vreemd geweest. Bezoekers van Het Verdronken Land van Saeftinghe werden altijd al gewezen op de unieke natuurwaarde van de 3500 hectare slikken en schorren. De immer uitdijende populatie zilvermeeuwen die het broedsel van bedreigende kleinere vogels opvreet en de kans dat het reservaat wordt besmeurd door een olieramp vanaf de druk bevaren Westerschelde of illegale lozingen uit het Antwerps havengebied noemde hij in zijn begeleidende praatjes vaak als bedreigingen van al dat moois. Maar de laatste jaren blijft het daar niet bij. Nu de havenbaronnen uit Antwerpen wederom op hun poot spelen en schreeuwen om verdere verdieping van de Westerschelde en nieuwe dokken aanleggen, is het tijd voor tegengas. Zeker als Bleijenberg belangstellende uit België rondleidt en helemaal als het jongeren, die beleidsbepalers van de toekomst zijn. De leerlingen van het Xaveriuscollege uit Borgerhout zullen het dan ook horen tijdens één van de laatste officiële rondleidingen die Bleijenberg geeft. Hij heeft net steun gevonden bij een wetenschappelijk rapport van de Vlaming Ludo Dirks. Die waarschuwde vorige week in zijn boek Over Stromen en Overstromen dat het verder uitdiepen van de vaargeulen in de Westerschelde in Antwerpen een watersnoodramp kan veroorzaken die vergelijkbaar is met die van ’53. Bleijenberg wist het al langer. Het verder kanaliseren van de Westerschelde zal zich op enig moment wreken. Het wegbaggeren van alle natuurlijke drempels en remmers die zich nog in het estuarium bevinden, leidt er toe dat Antwerpen in het stormseizoen bij springtij in één keer onder water kan staan. Zeker omdat de overheden in Vlaanderen geen serieuze rampscenario’s heeft opgesteld en uitgewerkt. "In Vlaanderen zeggen veel beleidsmakers nog steeds dat ze wel een oplossing verzinnen op het moment dat er wat gebeurt. Het besef dat het dan al lang te laat is, wil maar niet doordringen. En dat kan vroeger of later mensenlevens kosten. Jullie studeren, jullie zijn de mensen van de toekomst. Steekt deze waarschuwing daarom in jullie kop en doe er wat mee als jullie zelf beslissingen nemen," predikt Bleijenberg voor de aandachtig luisterende studenten in spe. De twee begeleidende docenten van het Xaveriuscollege hebben geen moeite met Bleijenbergs politiekgetinte uitweidingen. De leerlingen zijn zeventien, achttien jaar en kunnen zich zelf wel een mening vormen, vinden ze. De Xaverianen horen de wijze lessen van Richard geïnteresseerd en zonder commentaar aan. Maar de verhalen over wetenswaardigheden en vooral gevaren van Het Verdronken Land boeien de meesten meer. Verhalen over de eenzame boom die het graf van de favoriete hond van voormalig schaapsherder Jan Boom markeert; over de elfjarige Jetje Hoed die zeven jaar geleden per ongeluk een gaaf graf van dik duizend jaar oud ontdekte; over Saeftinghe als munitiedepot (in de oorlog moesten geallieerde piloten hun lading bommen en munitie in ‘het moeras’ droppen als ze hun doel in Duitsland niet konden halen, hoorde Bleijenberg van een voormalig gevechtsvlieger) en als kraamkamer voor flora en fauna. Het meeste indruk maakt, als vaker, de verdringing van twee dorpsgenoten van Bleijenberg eind jaren zestig: een vader en zoon die op de elfde verjaardag van het jochie de nieuwe hengel uitproberen en worden verrast door een plotseling opkomende vloed. Het drama zorgt even voor gepaste stilte op het uitgestrekte schor, maar schrikt de leerlingen niet helemaal af. Als de gids vraagt of ze de gemakkelijke (over het schor naar de dam) of de moeilijke (door geulen en plassen) weg terug willen lopen, kiezen allen voor de moeilijke weg. De kans om een medeleerling of docent in de modder te zien wegzakken, wil niemand zich laten ontgaan. Verder dan een besmeurde, natte broek laat geen van de bezoekers het komen. Het parkoers bleek ondanks de nattigheid geen onoverkomelijke hindernissen te bevatten. Bleijenberg heeft het hen ook niet echt moeilijk willen maken, omdat het Xaveriuscollege wordt bevolkt door modelleerlingen. "De studenten van deze school luisteren aandachtig en hebben eerbied voor de natuur. Dat is niet altijd zo. Op mijn laatste tocht komt er bijvoorbeeld een groep uit Halle. Hoewel ze van dezelfde leeftijd zijn, is het met leerlingen van die school altijd ellende. Met slijk gooien, sigaretten roken en overal doorheen schreeuwen. Tijdens dat soort rondleidingen zeg ik niet veel, want ik heb toch niet het idee dat er ook maar iemand bij is die iets wil opsteken."
Beetje dwars
Na het uitwisselen van wat beleefdheden over en weer springt Bleijenberg op zijn Vespa Piaggio Super Bravo. Zonder helm. Op de wegen door de polders in het uiterste oosten van Zeeuws-Vlaanderen is het niet druk en een natuurmens past zo’n helm gewoon niet. Een verdwaalde politieagent die Richard tuffend op zijn brommobiel tegenkomt, wil nog wel eens quasi-bars vragen of ‘meneer’ een helm op zijn knar wil zetten. Maar daadwerkelijk actie ondernemen als de aangesprokene meldt dat-ie het tijd vindt om ‘weer eens weg te wezen’ heeft geen vertegenwoordiger van de sterke arm ooit gedaan. Bleijenberg is nou eenmaal een beetje dwars, weten ook de plaatselijke dienders. Zo lang hij er niemand kwaad mee doet, voelt geen wetshandhaver zich verplicht op zijn strepen te staan, lijkt het. Het typeert de positie van Bleijenberg. De Kauterkabouter, een eretitel die hij dankt aan woonplaats Nieuw-Namen (de Kauter) en zijn gedrongen gestalte en grijze baard, wekt wel eens ergernis bij vertegenwoordigers van overheidsorganen of natuurbeschermingsverenigingen. De beheerder van de groeve in Nieuw-Namen, amateur-archeoloog en cultuurhistoricus, Saeftinghekenner en -gids, voormalig visser en baggeraar heeft over alle landschappelijke ontwikkelingen tussen het Antwerps havengebied en Baalhoek een mening. En is niet te beroerd die ongezouten te laten horen en in de publiciteit te brengen. Het gezegde ‘wiens brood men eet, wiens woord men spreekt’, is daarbij niet aan hem besteed. Als schipper op een baggerschuit klaagde hij fabrieken aan die - legaal of illegaal - giftige stoffen op de Schelde loosden. Als gids van Het Zeeuwse Landschap hekelt hij de rigide opstelling van ‘groene jongens’ en vogelaars. Volgens Bleijenberg is het overdreven dat Het Zeeuwse Landschap de bezoekers, zelfs met gids, maar een ‘zakdoek laat zien van het grote laken dat Saeftinghe is’. Het kan ook geen kwaad om wat zeebries, zouterik of zee-alsem te plukken om belangstellenden het blad te laten zien, ‘de deodorantgeur’ te laten ruiken of het rauwe plantje te laten proeven. Je kan wel vertellen dat de grote schijnspurrie zijn blaadjes sluit bij elke vloed die over het plantje stroomt, maar het is natuurlijk veel aanschouwelijker om het petieterige plantje te plukken om in een plasje water te laten zien hoe de schijnspurrie zijn kelkje sluit.
Modder
De kleine krabjes die overal in de geulen rondkruipen, houden er ook geen blijvend trauma aan over als Richard stadsmensen laat zien dat zijn oogjes op steeltjes zitten. Als ze diep in de modder wegkruipen bij dreigend gevaar, stellen de ‘periscoopoogjes’ de beestjes in staat om weer tevoorschijn te komen als het gevaar is geweken. Saeftinghe is sterk en levenskrachtig genoeg om het plukken van wat plantjes en het vangen van wat beestjes te overleven, stelt Bleijenberg. Met die mening stoot hij ’groene jongens’ nog wel eens tegen het hoofd. Veel mensen die met het beheer en de exploitatie van Het Verdronken Land, de Meester Van der Heijdengroeve en de Oost-Zeeuws-Vlaamse en Wase polders te maken te hebben, hebben dan ook een haatliefde verhouding met Bleijenberg. Maar, in tegenstelling tot de baggerfirma die hem na teveel negatieve publiciteit in de media op de keien smeet, de meeste (zich) aangevallen (voelende) personen of instanties kunnen leven met de kritiek van Bleijenberg. Ze zijn er van overtuigd dat hij, hoewel hij met de kritiek op hen de plank echt misslaat, het meestal goed meent. Op een enkele wantrouwende geest na geloven de bekritiseerden bovendien dat hij geen kritiek levert voor persoonlijke eer en glorie, maar voor het - in zijn ogen - algemeen belang. Volgens Bleijenberg is het in echt belang van de streek dat criticasters immers waakzaam blijven. Hij stopt met het gidsen, omdat hij bijna de pensioengerechtigde leeftijd van 65 heeft bereikt. De rondleidingen met schoolklassen heeft hij na een kwart eeuw wel gezien, het is tijd voor vers bloed en nieuwe gidsen met een eigen manier van vertellen. Bovendien, zo geeft hij schoorvoetend toe, bevalt het hem minder dat de vogelaars en natuurpuristen steeds meer te zeggen krijgen.
Onderzoek
Dat hij als gids stopt, wil overigens niet zeggen dat Bleijenberg niet meer in Het Verdronken Land komt. "Toen ik laatst met de nieuwe directeur van Het Zeeuwse Landschap door Saeftinghe wandelde, heb ik hem gezegd dat ik wel onderzoek wil blijven doen. Ik hoop de komende jaren veel te weten te komen over de cultuurhistorie van het gebied. De directeur heeft me de toegang niet verboden." Bleijenberg zou het overigens ook vreemd hebben gevonden als hij wel een toegangsverbod zou krijgen. Hij denkt tenslotte in de eerste plaats aan het belang van Saeftinghe. Zo wil hij de komende tijd opnieuw aandacht vragen voor de lozingen van chemische bedrijven op de Westerschelde. Het afvalwater van de fabrieken in het havengebied wordt weliswaar regelmatig gecontroleerd, maar Bleijenberg begrijpt nog steeds niet waarom de lozingspijpen zich meters onder de waterlijn bevinden. Hij zag de laatste maanden ook weer regelmatig ‘tomatensoep’, dat sterk op het vroeger geloosde gif lijkt, uit een aantal leidingen in de Schelde stromen. "Aandacht voor de bestrijding van vervuiling blijft gewoon nodig, vooral in een tijd dat alleen aan economische groei wordt gedacht. De Antwerpse Haven wil een enorme berg zwaar vervuild, giftig slib in het nooit gebruikte Doeldok storten. Niemand protesteert of vraagt iets. Dat kan later vervelende verrassingen opleveren." Hij herhaalt het nog maar eens. Kritiek is van levensbelang voor een gezonde maatschappij. "Er moet oppositie zijn. Machthebbers en beleidsbepalers dienen rekenschap af te leggen over hun handelen. Criticasters voorkomen dat we met zijn allen aan één kant van het touw trekken en de verkeerde kant oplopen."

Richard Bleijenberg neemt afscheid als gids van Het Verdronken Land van Saeftinghe, maar dat wil niet zeggen dat hij daar niet meer zal komen. Foto’s Peter Nicolai

Door René Hoonhorst