Toon items op tag: Schaapsherder

Runderen nemen plaats in van schaapskudde op Land van Saeftinghe

SAEFTINGHE - Honderden schapen scharrelen op de schorren van De Noord, de noordoostpunt van Het Verdronken Land van Saeftinghe. Of dat volgend jaar ook nog het geval zal zijn, is de vraag. De Axelse landbouwer Joop van Liere is een experiment begonnen met runderbeweiding. Als de limousines en blonde aquitanes een beetje aan de omstandigheden wennen, kunnen de schapen wel eens van de Noord worden verjaagd.

De stichting Het Zeeuwse Landschap, beheerder van het grootste deel van Saeftinghe, heeft zich sterk gemaakt voor runderbeweiding. Het rundervlees levert meer op dan de schapenbouten. Met een beetje geluk kan in de toekomst zelfs rendabel worden gewerkt met de gemoedelijke vleeskoeien. In dat geval zou het Zeeuwse Landschap niet meer, of in elk geval belangrijk minder, financieel bij hoeven dragen aan de exploitatie van de beweiding. Mocht het zo ver komen dan zal daar weinig ophef over worden gemaakt. Nederlandse natuur en veterinaire deskundigen geven de runderen een goede kans om hun kostje bij elkaar te scharrelen op het schor. Of het rundvlees, net zoals dat van de huidige ‘Présalé-lammeren’, ook een exquise zilte smaak krijgt en daardoor als aparte, en dus duurdere, specialiteit op de markt kan worden gebracht, moet worden afgewacht. Maar zowel het Zeeuwse Landschap als boer Van Liere hebben goede hoop op het welslagen van de ‘operatie rund’ op de Noord. Niet iedereen is echter enthousiast. De Vlaamse familie Cleiren bijvoorbeeld ziet de terugtrekking van het Noord-schaap met lede ogen aan. De voorgangers van Van Liere waren ruim een eeuw beheerders van noordoost Saeftinghe. Vier generaties Cleiren hoedden schaapskudden aan de Westerschelde en ook de vijfde generatie, hoewel nog tot de schoolgaande jeugd behorend, is intussen al weer jaren vertrouwd met de geheimen van Het Verdronken Land. De vertegenwoordigers van de vijfde generatie zullen echter niet als herders van De Noord de geschiedenis in gaan. De broers Emmanuel en Stefaan Cleiren waren de laatsten. Economisch was het schapenbedrijf niet langer draaiend te houden en bovendien kreeg ‘fulltimeherder’ Emmanuel te veel last van de rug. Stefaan heeft een vaste baan in het onderwijs, die hij niet kon opofferen voor het onzeker herdersbestaan. Het gaat beide broers natuurlijk aan het hart dat ze niet meer bij de zaken op De Noord zijn betrokken. Hoewel Van Liere al gezegd heeft dat ze ‘levenslang’ welkom zijn op de noordoostpunt van het immense natuurgebied willen ze de nieuwe man niet in de weg lopen. Ze willen hem niet belasten met hun verwachtingen en oordelen, maar lieten er  al eerder geen misverstand over bestaan niet erg veel vertrouwen te hebben in de runderbeweiding. De beesten zijn te zwaar voor het schor, kieskeurig en onhandelbaar. Om ze in toom te houden, moeten dure hekwerken worden neergezet en dient er een zoetwatervoorziening te komen. Allemaal factoren die aantonen dat koeien niet in het schor zijn te handhaven. En dan spreken de Cleirens nog niet eens over de nostalgisch-historische redenen. Schapen horen bij buitendijks schor, runderen horen in een afgepaald weitje. Maar, zoals gezegd, Stefaan en Emmanuel hebben er geen behoefte aan om de wereld kond te doen van hun bange verwachtingen. Sterker nog, ze voelen zich eigenlijk niet geroepen om nog eens sentimenteel op het verleden terug te kijken. Alleen binnen de eigen familie- en vriendenkring is behoefte aan retrospectie. Daarom wordt aan het eind van de maand een herdenkingsdienst gehouden in het hoofdgebouw van De Noord. Een dankdienst voor generaties gezonde schapen en alle mooie herinneringen die ze de afgelopen honderdentwee jaar hebben mogen meemaken. Een privé-feestje, maar geen exclusief familiefeestje. “Zonder vele, vele goede vrienden, die altijd onbaatzuchtig voor ons klaarstonden, hadden we De Noord niet overeind gehouden”, verklaart Stefaan. Hij heeft er geen behoefte aan om te vertellen hoe De Noord al die tijd heeft kunnen bestaan. Na enig aandringen, zegt hij dat als het verhaal over De Noord dan toch verteld moet worden, dat niet door Emmanuel of hemzelf dient te geschieden maar door ‘vader’. 

Vader is de 80- jarige (‘volgende maand word ik er 81’) Jozef Cleiren. Hij is de beheerder van de familiegeschiedenis. Niet alleen omdat hij de oudste is, maar vooral ook omdat hij de drie grote historische gebeurtenissen van de eeuw meemaakte: de twee wereldoorlogen en de watersnoodramp. Uit een klein doosje haalt hij een kostbaar kleinood: het kasboek van zijn opa Jozef, die eind vorige eeuw van Berendrecht, naar het gehucht Muggenhoek tussen Kieldrecht en Prosperdorp trok. Om er een boerengedoetje te beginnen en om schapen te gaan houden op Saeftinghe. De huidige Jozef durft niet precies te zeggen wanneer zijn opa is begonnen, maar de datum op de eerste bladzijde van het kasboekje is 23 januari 1892. Op die datum maakte de grondlegger van de Cleiren-dynastie de rekening over het voorgaande jaar op. “Mijn grootvader hield dus in elk geval in 1891 al schapen op De Noord. Kijk, hier onderaan kun je zien dat hij destijds één-frank-veertig per kilo kreeg”, laat de Kieldrechtenaar zien. Schapen houden op Saeftinghe was een eeuw geleden heel normaal. Tientallen boeren hadden een kudde vlees- en wolproducenten rondlopen op de hogere gedeelten van Het Verdronken Land. Ze gingen of zelf het schor op of hadden (zoals de toenmalige Jozef Cleiren) één of twee herders in dienst. Dat de familie Cleiren schapen hield, maakte hen dus niet bijzonder: dat ze Vlamingen waren die in Nederland weidden wel. Niet voor de buren of voor de andere schaapherders, maar des te meer voor de douane. Van het begin af aan werden de Cleirens opgezadeld met een enorme administratieve rompslomp. Het begon al met het pachten van de 170 hectare ‘nuttige oppervlakte’ van de Domeinen. Omdat Cleiren Belg was, moesten twee Nederlanders borg staan voor de pachtsom. Jozef Cleiren vond twee agrarische vrienden in Kruispolderhaven en Lamswaarde, die zich garant stelden voor de jaarhuur van tien gulden en daarna kon hij het schor op. Als hij zijn schapen in België had gekocht, moesten de beesten wel eerst een tijdje in quarantaine in Kapellebrug. De douaniers bij de grens zijn sowieso bijna altijd lastig geweest voor de Cleirens. Als ze een ziek beest naar een Belgische veearts brachten, zag de Nederlandse douane dat als smokkel. Toen de familie de laatste decennia meer uit liefde voor Saeftinghe dan voor geldelijk gewin De Noord uitbaatten wilde de Nederlandse belastingsdienst er vaak niet aan dat een Belgisch bedrijf verlies leed in Nederland. De Belgische fiscale autoriteiten hadden er op hun beurt moeite mee om de verliezen in een Nederlands bedrijf als aftrekpost voor de Belgische inkomstenbelasting te zien.

Grens

De grens spelde ook tijdens beide wereldoorlogen een belangrijke rol. Tijdens de Eerste Wereldoorlog konden stichter Jozef Cleiren en zijn zoon Alphons hun kudde niet bereiken. Nederland was neutraal en de grenzen werden door de Duitsers gesloten gehouden. De twee borgstaande Nederlanders moesten Cleirens kudde grotendeels verkopen, zodat in 1918 opnieuw begonnen moest worden met de kweek van een kudde. In de Tweede Wereldoorlog was de huidige Jozef er al bij. Hij moest zijn vader uit een netelige situatie redden toen de Fransen hem voor een Duitse parachutist aanzagen. De Fransen? “Ja, vlak voor de Duitsers binnenvielen, was hier een aantal Franse pelotons gelegerd om de Belgische staat te verdedigen tegen aanvallers. Omdat de schapen moeilijk te bereiken zoude zijn tijdens een eventueel beleg, kwam ik met de commandant overeen om de schapen te verkopen aan het Franse leger. Met veel moeite werden de beesten uit het schor gehaald en in een boomgaard ondergebracht. De volgende dag zouden de schapen naar het stationnetje bij Het Kalf onder De Klinge worden gebracht, maar die nacht ervoor vluchtten de Fransen halsoverkop weg en toen het licht was waren de Duitsers de baas. Die wilden de schapen ook wel overnemen, maar ik heb het jaren moeten doen met een tegoedbonnetje”, herinnert de oude Cleiren zich. De volgende grote gebeurtenis was de watersnoodramp van ’53. Veertig bruggen en bruggetjes werden weggeslagen op de schorren van De Noord. Jozef ging met herder Omer van Stevendaal met een bootje van het toenmalige Hedwighaventje naar de schaapskooi op De Noord. De meeste schapen konden door hen nog in de grote stal bij elkaar worden gedreven. “Op een gegeven moment stonden de beesten ook daar nog tot hun buik in het water, maar het grootste deel van de kudde hebben we kunnen redden. Er verdronken 53 volwassen ooien van De Noord, de meeste kadavers spoelden bij Berendrecht aan.” Een trieste gebeurtenis in de geschiedenis van De Noord, maar de goede herinneringen overheersen. De Cleirens denken met dankbaarheid aan hun bedrijf terug. Ze hopen natuurlijk dat er op De Noord altijd schapen blijven kuieren, maar als De Noord verandert in rundveehouderij betekent dat nog niet dat Saeftinghe ‘schaapvrij’ is. De kuddes van Lucas van Crimpen bij Emmahaven en de trekkende kudde van Charles Feyen uit Prosperpolder bevolken in elk geval nog Het Verdronken Land.

Herder Maurice Cant, die al bijna een halve eeuw met de kudde van Charles Feyen door Saeftinghe trekt. 

Emmanuel Cleiren, de laatste ‘fulltime’ schaapsherder van De Noord. Foto’s Oscar van Beest

Door René Hoonhorst