Toon items op tag: KNNV

NIEUW-NAMEN - De afdeling Zeeuws-Vlaanderen van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV) kan bij haar pogingen om het Meester van der Heijden-reservaat te verbeteren en te vergroten rekenen op de steun van de gemeente Hulst en Staatsbosbeheer.

Burgemeester mr. Dr. A. A .L. G. M. Kessen van Hulst en woordvoerder A. van Haperen van Staatsbosbeheer maakten tijdens de eerste manifestatie van de Zeeuws-Vlaamse afdeling duidelijk positief te staan tegenover het ontwikkelde beheersplan van de KNNV-afdeling. Die wil, als de Pliocene groeve en naaste omgeving wordt opgenomen in het provinciale landschapsbeleidsplan, de groeve uitbreiden, een nabijgelegen voormalige stortplaats saneren, de naast het reservaat gelegen pastorie aankopen en daarin een natuurhistorisch huis onderbrengen. Voorzitter J. Boom van de KNNV-afdeling schatte zaterdag dat één en ander een investering vergt van ruim een half miljoen gulden.  “Het is de vraag waar dit bedrag vandaan moet komen”, voerde hij aan. Niet van Staatsbosbeheer, zo gaf woordvoerder Van Haperen van de rijksdienst te kennen. “Met de aankoop van gronden heeft onze dienst niets te maken. Het ministerie van landbouw draagt daarvoor zorg.  Indien het ministerie dit plan opneemt in haar begrenzingsplan van natuurgebieden, dan moet er overgegaan worden tot aankoop van gronden. Pas dan komen wij om de hoek kijken. Zijn de gronden aangeschaft, dan zullen wij zeker in samenspraak met de vrijwilligers zorg dragen voor het beheer”, aldus Van Haperen.

Grote waarde

Staatsbosbeheer hecht grote waarde aan het oudste stukje Zeeland. Reden ook om het initiatief van de KNNV te ondersteunen, maar daar blijft het niet bij. Om de naamsbekendheid van de groeve te vergroten heeft de dienst zeer recent nieuwe folders laten drukken. Ook is de groeve opgenomen in een fietsroute van Staatsbosbeheer. De Meester van der Heijden-groeve, genoemd naar de dorpsonderwijzer die als eerste de wereld kond deed van de rijkdommen van Nieuw-Namen, stond centraal tijdens de eerste manifestatie van de regionale natuur- en cultuurvorsersclub. Ook al, omdat de groeve tien jaar geleden officieel voor het publiek geopend werd. De circa 50 bezoekers aan de manifestatie brachten dan ook een bezoekje aan de voorhistorische bodemlagen. Daarvoor werd door verschillende sprekers ingegaan op geologische, archeologische en natuurwetenschappelijke waarde van de gebieden rond De Kauter (de heuvel in het hart van het grensdorp) en het nabijgelegen Land van Saeftinghe. De correspondent van het Rijksinstituut voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) in Zeeuws-Vlaanderen, E. M. Bogaert, had nog een nieuwtje voor de KVVN-ers en andere toehoorders in petto. Hij vertelde dat de vorig jaar aan de rand van Saeftinghe blootgelegde graven (een ontdekking van J. Maebe) niet, zoals eerst werd aangenomen, dateren uit de 13de eeuw, maar van rond het jaar 1076. “Dat is opmerkelijk, omdat hiermee wordt aangetoond dat het gebied al 200 jaar voordat er inpolderingen plaatsvonden, bewoond moet zijn geweest. Spijtig genoeg zijn de graven inmiddels door vloeden weggespoeld. Nader onderzoek is dus niet meer mogelijk”, aldus Bogaert. De Hulster heemkundige G. M. P. Sponselee, door ziekte afwezig, had zijn lezing op band gezet. Hij ging in op de geschiedenis van de groeve en complimenteerde beheerder Richard Bleijenberg uit Nieuw-Namen, voor zijn jarenlange inzet om de groeve te behouden. Ook pleitte hij voor de conservering van de naaste omgeving van de afgraving. Dat het grensgebied een enorme rijkdom aan prehistorisch materiaal in haar gronden bergt maakte ook J. P. van Roeyen van de Archeologische dienst van het Waasland met een diavertoning duidelijk.

De Meester van der Heijden-groeve, het oudste stukje Zeeland. Foto Peter Nicolai

Van onze verslaggever