NIEUW-NAMEN - De eiken die twee jaar geleden en begin dit jaar gevonden zijn in het Verdronken Land van Saeftinghe zijn zo’n tweehonderdvijftig jaar oud. Wanneer ze geleefd hebben, is echter niet vast te stellen.
Daarmee ontbreekt vooralsnog bewijs voor de theorie dat het oerwoud dat tussen 3643 voor Christus en 3264 voor Christus in de driehoek Terneuzen/Hoek/ Ellewoutsdijk heeft gestaan zich heeft uitgestrekt tot in Oost- Zeeuws-Vlaanderen. Dat zegt de provinciale archeoloog, Robert van Dierendonck. Begin maart werden monsters van de bomen genomen om ze door Ring, het Nederlandse centrum voor zogenoemd dendrochronologisch onderzoek, te laten onderzoeken. De uitslag van dat onderzoek is dat de bomen een respectabele leeftijd hebben bereikt, maar niet exact te plaatsen zijn op de tijdsbalk. "Vaststaat wel dat beide bomen gelijktijdig hebben geleefd", zegt Van Dierendonck, "maar wanneer, is niet duidelijk". Dat kan volgens de provinciale archeoloog twee dingen betekenen. "Misschien zijn de bomen ouder dan de jaarringkalender. Dat zou betekenen dat de bomen ouder zijn dan 3643 voor Christus. Maar het is ook mogelijk dat de beide bomen op een dusdanig specifieke manier zijn gegroeid, dat de jaarringen afwijken en niet te plaatsen zijn in de jaarringkalender." De Stichting Het Zeeuwse Landschap is eigenaar van de twee bomen en laat de bomen nu op een andere manier onderzoeken. "Er is nog een andere onderzoeksmethode, de radioactieve koolstofdatering. Maar die methode is een stuk minder nauwkeurig. "Niettemin heeft het Zeeuwse Landschap zich bereid verklaard ook dat onderzoek uit te laten voeren. Dat moet gaan gebeuren in een laboratorium van de universiteit van Utrecht, of van de universiteit van Groningen, de enige twee instituten in Nederland die dergelijk onderzoek uit kunnen voeren. Saeftinghekenner Richard Bleijenberg uit Nieuw-Namen, die de bomen ontdekte, vindt dat de veeneiken een plaats moeten krijgen als monument op een mooi plekje in de gemeente Hulst.
Door Harold de Puysseleijr