NIEUW-NAMEN - Natuurliefhebber en vogelkenner Richard Bleijenberg uit Nieuw-Namen pleit voor een onmiddellijke stopzetting van het ringen van vogels. Met name de zware pootringen zouden volgens hem zeer schadelijk zijn voor de vogels.

Richard Bleijenberg met ringen van lepelaars. Foto Camile Schelstraete
Bleijenberg heeft in de loop der jaren enorm veel ringen verzameld. Ze zijn afkomstig van kadavers die hij heeft gevonden in het Verdronken Land van Saeftinghe. Bleijenberg vindt het ringen van vogels absoluut niet meer van deze tijd. "Er wordt altijd gezegd dat het ringen nodig is om meer over het leven van de vogels te weten te komen, de trekroutes bijvoorbeeld. Dit is onzin. In elke bibliotheek of boekwinkel kun je vogelgidsen krijgen waarin alles al over elke soort te vinden is. Het ringen is dus helemaal niet meer nodig." Volgens Bleijenberg worden slechts twee van de honderd gevonden ringen teruggestuurd. "De nesten worden verstoord om jonge vogels te kunnen ringen. Als er maar zo weinig ringen worden teruggestuurd, wat heeft het dan voor nut? Blijf dan van die beesten af." Bleijenberg nam zelf ook de proef op de som en stuurde zelf ringen op. Vanuit België kreeg hij nooit antwoord, hij wacht er al anderhalf jaar op. De gegevens die hij ontving uit Nederland, klopten niet. "Van geen kanten zelfs, ze hadden het over volstrekt andere vogels dan waar ik de ring bij vond." Bleijenberg maakt zich bijzonder kwaad over de grote pootringen die vogels als de zilverreiger en de lepelaar aangemeten krijgen. De gekleurde ringen moeten vogelaars in staat stellen de vogels al in het veld te herkennen. "Die ringen zijn zwaar en groot. Het kan niet anders of die vogels hebben er last van. Ze kunnen ook vast komen te zitten, en sterven dan. Ik heb er de bewijzen van. Ringen genoeg." Vogelbescherming Nederland is in het algemeen niet tegen het ringen van vogels, maar er zijn uitzonderingen. "Soms worden vogels al dertig jaar geringd", zegt H. Peeters, woordvoerder van de Vogelbescherming. "Je kunt je dan inderdaad afvragen of dat nog wel moet. In dertig jaar weet je alles wel." De zware kleurringen vindt Peeters soms ook veel te ver gaan. "Ik heb lepelaars gezien die er uitzagen als een kerstboom. Ze hadden wel drie kleurringen om de poten, ze konden hun pootjes amper buigen. Dat is niet de bedoeling." Bleijenberg wil het ringen graag vervangen zien door het aanbrengen van een chip onder de huid. "Want daar hebben die vogels veel minder last van." Ook de vogels voorzien van een zender, is voor hem een optie. Peeters ziet echter weinig in het chippen. "Wil je dan meer te weten komen over een vogel, dan moet je hem al in de hand hebben. Deze methode is niet zo bruikbaar." Een zender is volgens Peeters ook niet in alle gevallen te gebruiken. "Een ooievaar zal er weinig last van hebben, maar een kuiken van een kleinere vogelsoort gegarandeerd wel. Het ringen zal voorlopig dus nog aanhouden. Als het in het belang van een soort is en ze hebben er absoluut geen last van, dan hebben wij er geen problemen mee."
Door Sheila van Doorsselaer