2005.07.19 BN De Stem: Kruistocht tegen ringen van vogels

NIEUW-NAMEN - Saeftinghe-kenner Richard Bleijenberg uit Nieuw-Namen is een kruistocht begonnen tegen het ringen van vogels.

Richard Bleijenberg met ringen van lepelaars. Foto: Camile Schelstraete

Hij overweegt natuurbeschermingsvereniging De Steltkluut aan te klagen bij de dierenbescherming wegens dierenmishandeling. "De Steltkluut speelt spelletjes ten koste van vogels". De provincie Zeeland geeft De Steltkluut ieder jaar een vergunning voor het vangen en ringen van vogels. De klacht van Bleijenberg lijkt volgens een woordvoerder van de dierenbescherming daarom weinig kans van slagen te hebben. "Het is bij wet niet verboden vogels te vangen en te ringen. Zonder verwonding kan geen klacht worden ingediend", zegt een woordvoerster van de dierenbescherming in Zeist.

Bewijs

Bleijenberg zegt ‘'keihard" bewijs te hebben van dierenmishandeling door een ring aan de poot van een dood gevonden zilverreiger in het Verdronken Land van Saeftinghe. "De doodsoorzaak is de ring. Er zit bloed aan de poot. Dat is op een foto duidelijk te zien. Er is dus sprake van dierenmishandeling. Een helder verhaal. Trouwens, hoe zou jij het vinden de hele dag onnodig met een ring of zelfs een buisje van centimeters dik om je been te moeten lopen." Volgens de woordvoerster van de dierenbescherming zegt de foto echter niets. "De vogel kan de verwonding door iets anders hebben opgelopen. Wij krijgen nooit klachten over het ringen van vogels. Ik denk daarom niet dat de klacht van de heer Bleijenberg kans van slagen heeft. Het is natuurlijk niet zo dat wij het ringen promoten." Bleijenberg richt zijn pijlen vooral op natuurbeschermingsvereniging De Steltkluut en de provincie. Bleijenberg wil dat de provincie geen vergunning meer geeft. "Ik wil de provincie duidelijk maken dat het ringen van vogels totaal geen zin meer heeft en dus overbodig is. Het is dus helemaal niet meer nodig de rust van de jonge vogels te verstoren." Bleijenberg stuurde de ring van de overleden zilverreiger voor onderzoek op naar de Nederlandse Ring Centrale. "Uit dit onderzoek blijkt de reiger geringd te zijn in Braakman-Zuid, het werkgebied van Staatsbosbeheer. Staatsbosbeheer is ook tegen het ringen van vogels. Deze organisatie is het met mij eens."

Woordvoerder Hans van der Weele van Staatsbosbeheer nuanceert. "Zo lang de provincie een vergunning geeft aan De Steltkluut voor wetenschappelijk onderzoek gaat het gewoon door. De Steltkluut is met legale dingen bezig. Persoonlijk vind ik echter dat het ringen van vogels best kan stoppen. Maar mijn baas staat nog steeds achter het rijksbeleid. Het is aan de ene kant ook wel goed om vogels te ringen. Het is immers beter te controleren wat in een gebied speelt. Maar ik weet dat Richard daar fel op tegen is." En zo is het maar net, zegt Bleijenberg fel. "Het heeft totaal geen zin jonge vogels uit het nest te halen om ze te ringen. Dat moet eens stoppen." Woordvoerders van de vogelwerkgroep van De Steltkluut waren gisteren niet bereikbaar voor een reactie.

Door Frank van Cooten

2005.09.06 De Wase Koerier: Kouterstraat in Vrasene of Kieldrecht?

Kouterstraat (1)

In antwoord op het artikel van H.D. vorige week, willen wij graag ook eens de stem van Vrasene laten horen. Wij hebben geen enkele reden om te twijfelen aan de voorgeschiedenis van de Kouter of Kouterstraat in Kieldrecht, zoals die geschetst werd door Luc Anné. Maar met die voorgeschiedenis hebben de mensen van Vrasene niets te maken. Feit is dat Luc Anné toegeeft dat de onafhankelijke gemeente Kieldrecht na de brand van 1950 "een kapitale vergissing" heeft gemaakt door een naambordje "Kouter" aan te brengen. Deze situatie werd blijkbaar bij de fusie door de gemeente Beveren overgenomen, want er gebeurde geen aanpassing van de straatnamen voor de betrokken straten, terwijl dan in andere gevallen wel is geschied. Op de eerste officiële kaarten van de fusiegemeente Beveren lezen wij dan ook voor Kieldrecht "Kouter" en "Kleine Kouterstraat". Voor de hulpdiensten was er dan ook geen verwarring mogelijk. Pas sinds 2001, toen in Kieldrecht de nieuwe bordjes met daarop "Kouterstraat" werden geplaatst, is de mogelijke verwarring begonnen. Die situatie moet natuurlijk uitgezuiverd worden. Maar dat de naam Kouterstraat in Vrasene nu zou moeten verdwijnen omwille van "een kapitale vergissing" die ooit in Kieldrecht is gemaakt en die door de fusiegemeente Beveren werd overgenomen, dat vinden wij niet correct. Daarom pleitten wij voor een terugkeer naar het akkoord bij het begin van de fusie, zoals hierboven beschreven. En dat er ergens een aantal inwoners hun identiteitskaart en hun andere papieren zullen moeten laten aanpassen, dat is onvermijdelijk, maar dat is even erg voor de mensen, vooral de zelfstandige ondernemers, van Vrasene en van Kieldrecht. Namens de Plaatselijke Cultuurraad van Vrasene zonden wij ook reeds een brief in die zin aan Johan de Ridder, voorzitter van de Gemeentelijke Cultuurraad, met de bedoeling van daaruit een advies te formuleren aan het college van Burgemeester en Schepenen van Beveren. Wij weten best dat wij in dat college geen vertegenwoordiger van Vrasene hebben, maar wij durven toch hopen dat én in het schepencollege én in de gemeenteraad mensen bereid zullen zijn het standpunt van de Vrasense inwoners van de Kouterstraat ter harte te nemen en te verdedigen.

Door Jean Schaekers, voorzitter Plaatselijke Cultuurraad Vrasene

Kouterstraat (2)

Vooreerst: Kouter is ’n echt Vlaams woord voor een plek die hoger ligt, zo zijn er in het Vlaamse land veel "Kouters". Het dorp Nieuw-Namen ligt op zo’n verhoging en wordt "Kauter" genoemd (met au). Waarschijnlijk om verwarringen te vermijden. De vorige naam van Nieuw-Namen was "den hoge Kauter", nog veel vroeger was het Hulsterloo, dus een zeer oude plaats in het toenmalige Vlaamse land. Door overstromingen zien we op oude kaarten dat het op een eiland lag omringd door zoutwater. 1375, 1424 en 1511 zijn de bekendste stormjaren. Vele jaren later begon men terug land te winnen. De zogenaamde Saeftinghepolders beginnen op de Kouter. Er ontspringen niet minder dan 9 dijken, allen van op de Kouter. De allereerste dijk was de Scheldedijk om Kieldrecht te beschermen. Het is op deze dijk dat vele vissers woonden, vlak tegen de Kouterse haven, waar nu de familie De Rop woont. Dus bijna de hele Kouterstraat lag op een dijk, dat is nu nog duidelijk zichtbaar. Bij elke straat is er een betekenis, meestal gaat men terug naar een ver verleden. Ons cultureel erfgoed wordt maar al te vaak weggeveegd. Kouterstraat is dan ook fout; mooier en correcter was "Kouterdijk", een naam die herinnert aan de strijd tegen het water. Twee dezelfde straatnamen in één gemeente, dat kan niet goed zijn. Ikzelf woon in de Kerkstraat, maar met de fusie van Hulst is dat Kerkpad geworden. Zelf voel ik mij een Vlaming, maar wat de geschiedenis en cultuur betreft bestaat de grens niet.

Door Richard Bleijenberg

Bronvermelding: - "Hulsterloo" van Piet Brand  -  "Tussen afsluitdammen en deltadijken" van M.H. Wilderom en "de Meester van der Heijden groeve in Nieuw-Namen" van R.J. Swiers. Het laatste boek is nog te verkrijgen in Kerkpad 15 te Nieuw-Namen.

Aan B & W Gemeente Hulst

Grote Markt 21

4561 EA Hulst

Betreft: Waterput

Hulsterloo is niet meer dan de huidige Kapellenberg: een totaal vergeten oord, dat door de beeldenstormers is vernietigd. Met kort daarna de grote overstromingen bleef het een eilandje in een verdronken land. Met een veel latere bewoning op heel de tertiaire heuvel, zijn alle resten van de gebouwen geruimd. Niemand bekommerde zich nog om het oude bedevaartsoord in het Vlaamse land. Wel hebben enkele geschiedenisschrijvers melding gemaakt; denk aan het boek "Hulsterloo" van P. Brand uit 1957. Maar die generatie mensen is nu niet meer. In het begin van de jaren ’90 wordt er weer de grond ingegaan; namelijk met de rioolwerkzaamheden in de Grensstraat. Als amateursonderzoek is waargenomen materiaal in kaart gebracht (zie bijlage). Ook oudere mensen zijn geraadpleegd. Dhr. Colsen, oud gemeenteopzichter Openbare Werken, heeft een waterput ontdekt en opgetekend. De waterput zou opgevuld zijn met puin en zand. In deze tijd met veel meer respect voor cultuur en geschiedenis, en ook meer mogelijkheden doe ik als A.W.N.- lid een beleefd verzoek aan de provinciaal archeoloog Dhr. R. van Dierendonck. Ook aan de gemeente Hulst, eigenaar van de grond, om deze put te ledigen tot de bodem. Mijn grote vraag en ook de uwe: "Wie heeft de Reinaertlegende geschreven?  Wat bedoelde hij met de Kriekeput? Wie kon er toen al schrijven?  Is er met de bestorming iets in de put gegooid?" Allemaal vragen die misschien iets zeggen. Misschien zijn er nu meer mogelijkheden en begrip. Ik ben misschien de laatste die iets tastbaar heeft gezien. Zeer graag wil ik mijn medewerking verlenen.

Met hoogachting verblijf ik,

Richard Bleijenberg

De laatste jaren krijgt onze oudste geschiedenis weer meer aandacht. Denk nog maar eens aan de opgravingen in Hulst achter de kerk. In oude beerputten en waterputten zit veel tastbaar materiaal. En zo kwam ik tot ’t idee om ook aan ’t oude Hulsterloo iets te doen. Ik wil dit doen, omdat daar de laatste jaren heel wat rare zaken zijn gebeurd. En vermoedelijk zou in het klooster de Reinaert Legende geschreven kunnen zijn door een van de Norbertijnen. In één van de waterputten, die wij weten zou wel eens iets boven kunnen komen waardoor er helderheid komt in onze geschiedenis. Vandaar dan deze aanvraag aan de gemeente Hulst. Volgende week leest u ’t antwoord en mijn eigen mening.

2005.11.01 De Wase Koerier: De dorpsraad van Nieuw-Namen

Al heel vroeg was ik lid van de Dorpsraad in Nieuw-Namen (1980). De Dorpsraad van toen was te vergelijken met de Culturele Raad Kieldrecht, waar normaal het verenigingsleven in vertegenwoordigd is. Ieder komt dan in het belang van zijn club zijn ideeën naar voor brengen. Uit de Dorpsraad van Nieuw-Namen zijn nu bijna alle verenigingen verdwenen. Dat doet ons nadenken over de manier waarop zij nu mensen ronselen. Tijdens de algemene vergadering van 24 september kwam dat nog maar eens duidelijk naar voor tijdens de terugfluiting van de parking achter de kerk. In het bestemmingsplan is dit een rustgebied: rust voor het kerkhof en de Meester van der Heijdengroeve. Maar enkele heren van de Dorpsraad wisten het allemaal beter en misleidden de gemeente. Oude bomen zijn reeds gekapt en naast de muur van het kerkhof ligt nu een braakliggend terrein. Reeds 23 jaar beheer ik de groeve, het is vrijwilligerswerk! Op de vraag voor een fatsoenlijke entree naar het reservaat krijg ik te horen: "dit is eigenbelang". Ook naar een veel vroegere vraag om een oud pad "de Lage Wegel" terug te herstellen met een grenspaal die onzichtbaar is gemaakt, daar hebben ze geen oren naar. De Dorpsraad mag van de gemeente Hulst 10.000 euro besteden met het doel het dorp leefbaarder en vriendelijker te maken. Direct weet men dit te gebruiken voor de opknap van de zolder van Stichting de Kauter. En als je dat gebouw nu bekijkt, dan merk je niks van die 10.000 euro. Het gebouw heeft een historisch uiterlijk met prachtige dakkapellen. Het is even oud als onze parochie, die gesticht werd door de pastoor Camerman in 1859. Het gebouw heeft al verschillende functies gehad, ondermeer patronaat, de zusterverpleging. Maar bijzonder was de bewaarschool of de "kakkefuut". Dit laatste woord is afgeleid van het feit dat vele kleutertjes nog niet zindelijk waren. De eerste kleuterleidster daar was Stifke; die had 78 kleuters (enkele zijn nu nog in leven). De tweede was Ema van Gas, zij is later getrouwd met de nu 100-jarige Charel Snoeck uit Kieldrecht (zie foto). De door mij dikwijls gestelde vraag aan Stichting de Kauter was om de gedenksteen in de bovengevel te reinigen en leesbaar te maken. Maar daar hebben ze geen oren naar. Op deze steen staat het stichtingsjaar 1859, de naam van de eerste pastoor en de Bijbelse tekst: "Laat de kleinen tot mij komen". De bemoeienissen van de Dorpsraad gaan echt te ver. Ze worden teruggefloten door de gemeente bij aanleg van een parkeerplaats achter de kerk en dat is niet goed voor een prachtig dorp als Nieuw-Namen. Op de vraag van A. van Duyse over wanneer er een wisseling van de wacht zou komen, kwam geen antwoord. En zo zijn er nog veel vragen die kunnen gesteld worden… dat alles is ondemocratisch. Maar ondertussen toch maar mensen ronselen voor een Dorpsraad…

Door Richard Bleijenberg

2005.11.03 Nederland 1: Onze kust

Ge moet met de zee spelen. Maar ge moet de zee niet met u laten spelen. Getekend Richard Bleijenberg, het Verdronken Land van Saeftinghe. Waar land in zee overgaat, voel je nog de kracht van de ongetemde natuur, voel je je klein worden. Zeven jaar lang filmde Ireen van Ditshuyzen langs de Nederlandse kust: Texel, Ameland, Rottumeroog, het Verdronken Land van Saeftinghe, Zeeland en de strook tussen Bergen en Schoorl. Ze volgt de bijzondere kustlijn, die het lage land scheidt van de schitterende en immer dreigende zee. Onze kust is altijd in beweging. Een wereld van zand, golven, grassen, geulen en het oppermachtige getij. Een lange geschiedenis van verdronken dorpen, rampen, overstromingen en langzaam verschuivende eilanden heeft onze kust gevormd. We verdedigen onze kust, bezweren gevaren met dijken en stormvloedkeringen. Maar we verdedigen ook de natuur. De kustbewoner voelt zich met de zee verwant, maar heeft haar ook leren vrezen. Waar grijpen we in en waar laten we de natuur haar gang gaan? Waar botsen gevaar en veiligheid? Hoe gaan we om met de manier waarop de overheid plannen maakt om windmolenparken voor de kust te bouwen, dijken te verhogen of juist door te prikken? Emoties laaien hoog op bij zulke discussies. Begin maart waarschuwde Marcel Stive, hoogleraar Kustwaterbouwkunde aan de Technische Universiteit Delft - voor de onveilige Nederlandse duinen die niet bestand zouden zijn tegen sterke golven. De kans op overstromingen in Nederland lijkt veel groter dan tot nu toe werd aangenomen. Uit de geschiedenis blijkt echter dat de meeste waarschuwingen in de wind worden geslagen. Eerst een ramp en dan pas de dijken. Wie durft er op te vertrouwen dat we nu in een ander tijdperk leven?

Samenstelling   Regie: Ireen van Ditshuyzen | Productie: IdtV-DITS 

Een film van Ireen van Ditshuyzen

2005.11.04 BN De Stem: 'Een ruziemaker ben ik niet'

Richard Bleijenberg (70) uit Nieuw-Namen is beheerder van de Meester van der Heijdengroeve in Nieuw-Namen en Saeftinghe-kenner. Vijf jaar geleden stopte hij als gids in het Verdronken Land van Saeftinghe. Hij had er toen 50.000 kilometer op zitten.

Richard Bleijenberg: 'Ik heb nog nooit een blad voor mijn mond genomen'. Foto Peter Nicolai

Hij is getrouwd met Juliana (68). Samen hebben ze vier kinderen. In z’n werkzame leven heeft hij gevaren. Hij begon als stoker op een sleepboot en was later onder andere matroos op een baggerschip.

- Hoe voelt u zich de laatste tijd? Ik begin nu te merken dat ik oud aan het worden ben. Ik ben niet meer zo bedrijvig, en sneller moe als vroeger.

- Waarom bent u zich met de archeologie en de natuur gaan bezighouden? Ik ben in de archeologie geïnteresseerd geraakt omdat ik graag wilde weten hoe mensen vroeger hebben geleefd. De natuur trok m’n interesse, omdat ik ging inzien dat mensen bezig waren de natuur te vernietigen. Dat gaat me nog steeds aan het hart. Ik wil de mensen milieubewust maken.

- Wat wilde u vroeger worden? Als ik naar m’n moeder had geluisterd, was ik missionaris geworden. Zelf was ik echter gefascineerd door het water. Als kind speelde ik op vissersschepen en vond dat prachtig. Toen ik dertien jaar was, ben ik in Terneuzen geopereerd op een hospitaalschip. Het klotsen van de golven tegen de boot vond ik machtig mooi. Toen wist ik het zeker: ik ga varen. Twee jaar later was het zover. De Westerschelde heeft me altijd gefascineerd. Voor mij is die rivier een levend iets. Je moet altijd maar afwachten wat haar eigen wil is.

- Wie zijn uw voorbeelden? Op de eerste plaats mijn schoonvader. Hij heeft me geleerd hoe ik moest rondkijken in het Verdronken Land van Saeftinghe. Piet Brand heeft me de eerste beginselen van de archeologie bijgebracht. En van Meester van der Heijden uit Nieuw-Namen, boswachter Cees Riemslag en oud-schaapherder Jan Boon heb ik geleerd te genieten van de kleine dingen in het leven.

- Waar bent u bang voor? Afscheid nemen van het leven. Niet dat ik bang ben voor de dood, maar wel heb ik angst om voorgoed afscheid te nemen van degenen die mij dierbaar zijn zoals mijn vrouw, kinderen en kleinkinderen.

- Gelooft u in God? Nee, als je gelooft in de evolutie zie je dat dat onzin is. De natuur gaat haar eigen gang. Karl Marx zei het al: godsdienst is opium van het volk.

- Waar hebt u een hekel aan? Aan mensen die profiteren van andere mensen en met die kennis mooi weer gaan spelen. Dat is mij ook een aantal maal overkomen. Je voelt je als het ware misbruikt.

- Bent u ijdel? Ik sta nooit voor de spiegel. Nee, ook niet als ik op de foto moet. Mijn vrouw moet vaak tegen mij zeggen: doe eens een propere broek aan.

- Wat zijn uw drijfveren? Iets vertellen aan mijn kinderen en kleinkinderen dat ze nog niet weten. Geen theorieën uit boeken, nee het moet iets tastbaars zijn. De dingen die ik de laatste jaren in Saeftinghe en de groeve heb gevonden zijn zeker tastbaar.

- Wat maakt u verdrietig? Als ik op een kerkhof rondloop en ik zie de graven van mijn oude schoolkameraden, voel ik mij een bevoorrecht mens dat ik hier nog steeds rondloop. Ik beschouw het leven als drie maal twintig. De eerste twintig jaar groei je. De tweede twintig jaar ontwikkel je je totdat je op je veertigste op je top bent. Daarna volgt een periode van twintig jaar waarin je afbouwt. De jaren boven de zestig moet je beschouwen als een groot cadeau.

- Hoe belangrijk is geld voor u? Geld interesseert me helemaal niet. Rijkdom zit voor mij in kleine dingen in de natuur. Als je de gave hebt om dat te zien, ben je rijk. Mensen kijken teveel naar elkaar. Naar de huizen of auto’s die ze hebben. Dat maakt alleen maar afgunstig.

- Wat is uw grootste mislukking? Die heb ik niet. Ik zet een koers uit en het is me heel vaak gelukt om die doelstellingen te halen.

- Wat is uw grootste trots? Dat ik de Meester van der Heijdengroeve mag beheren. Zonder mij had die groeve er nooit zo bijgelegen als nu. Ik vrees echter wel voor de toekomst van de groeve. Er is nog steeds geen opvolger.

- Wat is uw mooiste dagdroom? Dat de vuilnisbelt bij de groeve ooit gesaneerd wordt. Op dat moment is het tijd om op te stappen als beheerder.

- Waar hebt u bewondering voor? Voor mensen die in eenvoud leven.

- Wat wilt u aan uzelf veranderen? Helemaal niets.Ik ben wie ik ben. Met een kale kop. Daar kan ik ook niets aan veranderen.

- Hoe ontspant u zich? Genieten van de natuur als ik bijvoorbeeld door Saeftinghe loop. En ik ontspan me met mijn kleinkinderen en voetbal.

- Wat wilt u nog leren? Ik hoef niets meer te leren, ik ben content. Hoe gsm’s en computers werken, hoef ik niet te weten. Die tijd is voorbij.

- Bent u moedig? Ik heb nog nooit een blad voor mijn mond genomen. Als ik ergens onrechtvaardigheid bespeur of verloedering van de Westerschelde trek ik mijn mond open. Als ik het niet eens ben met het beheer in Saeftinghe zeg ik dat. Ook al is Het Zeeuws Landschap het daar niet mee eens. En als ik dat niet mag zeggen, is er iets goed fout. Ik ben zeker geen ruziemaker.

- Waar wilt u begraven worden? Op het kerkhof in Nieuw-Namen. Het graf is er al, daar ligt m’n grootmoeder. Zij heeft ooit in het huis gewoond waar ik nu woon. Toen ik als kind haar vroeg waar de hemel was, wees ze naar boven. Daar, zei ze, waar de blauwe lucht is. Omdat het zo’n braaf mens was, wil ik bij haar begraven worden. Niet onder een duur marmeren monument, maar alleen onder een ijzeren kruis. Het liefst wil ik dan in een kist liggen die ik zelf gemaakt heb.

- Waar wilt u het liefst wonen als u niet in Nieuw-Namen woonde? In de schaapskooi op de Noord in Saeftinghe. Daar zie je de schepen varen en zit je midden in de natuur.

Van onze verslaggever

2005.11.24 BN De Stem: Ontpoldering

De plaatsen waar nieuwe dijken moeten komen zijn nog niet definitief aangewezen voor de ontpoldering. Het staat vast dat dit door gaat. Het is broodnodig voor de natuur in de Schelde.

Saeftinghe was ooit de kraamkamer voor de vis en garnaal. Door de snelle ophoging en sedimentatie verdwijnen de paaiputten, zo is de laatste jaren merkbaar. Door het ontpolderen en verwijderen van verontreinigde klei ontstaat er een mogelijkheid om een vernieuwd Saeftinghe te maken. Moderne economen hebben berekend dat zulke gebieden veel meer waard zijn voor de gezondheid van mens en dier. Over de werkgroep van de inrichting van het nieuwe Saeftinghe moeten we zeer voorzichtig zijn. Voorbeelden zijn er genoeg: denk aan de 8 km lange dubbele prikkeldraad rond Saeftinghe, het afsluiten van mooie fietspaden langs de Schelde. Het woord 'groene maffia' is niet misplaatst. Het ontpolderen betekent voor Hulst een grote uitdaging. Maar laat ons daar ook van genieten en recreatie mogelijk maken. En wat de natuurcompensatie betreft, mag Hulst niet mopperen.

Door Richard Bleijenberg

Pagina 7 van 7

Zoeken

Het Weer

Cloudy

23°C

Paal, Nederland

Cloudy

Humidity: 46%

Wind: 11.27 km/h

  • 20 Jul 2018

    Cloudy 25°C 12°C

  • 21 Jul 2018

    Partly Cloudy 25°C 15°C

Ga naar boven