Richard Bleijenberg boetseerde een beeldje: een molshoop met bovenop een zittende mol met gespreide pootjes en een tiental kleine mollen die net hun kopje boven de grond uitsteken. Rinus Steketee gaat het nu nog schilderen, waarbij het rosse zand met het groene gras sterk contrasteert. Prins carnaval 1995 (Roland Kayzer)) zal op de carnaval verbroederingsdag dit beeldje aan de carnavalsgroep van Lamswaarde overhandigen als Nieuw-Naams geschenk van de Kautermollen. Richard Bleijenberg heeft zijn inspiratie voor dit kleine kunstwerkje gezocht in zijn eigen ‘broekventtijd’. Bij de aanleg van de Oud-Arenbergstraat in Kieldrecht werd door de gebr. De Bock het rosse zand van de Kauter aangevoerd voor de wegbedding. Op dat stukje, gewezen eigendom van Weemaes, werd met mankracht een zeven meter diepe kuil uitgegraven tot op de grondwaterlijn. Tien mensen, zo weet Richard nog, schupten toen van op de aangelegde terrassen de vrachtwagens vol. Als kleine jongen zat hij soms tot ’s avonds laat of zelfs op zondag in die put te spelen. Juffrouw Wouters van de Sint-Jozefschool noemde de kinderen van de Kauter toen ‘roodhuiden’. "Wij gingen immers elke avond rost in ons bed en kwamen er ’s anderendaags rost weer uit. Eén keer in de week werden we thuis in een tobbe gewassen. Als belhamels van toen gingen we in die roste plassen beneden in de put op kikkers jagen. Soms brachten we ook hagedissen of salamanders mee in de klas. De oeverzwaluw leefde die tijd ook in het gelaag in een kolonie. Hij maakte zijn nest in een hol in de zijkant van de put en broedde er de eieren uit. Heel wat van die Kauterse rakkers hadden er een methode op gevonden om zelf een zwaluw te vangen. Staande op iemand anders zijn rug werd er een glazen bokaal voor de opening van het nest gehouden. Nadat de zwaluw zich hiertegen te pletter had gevlogen, werd de pot gewoon afgesloten en was de zwaluw voor een tijdje een zeldzame huisvogel. Al was het oppervlakte water rost van kleur in de put omdat we er altijd in pootje baadden, toch was het water onder de rotsbodem van een bijzondere hoge kwaliteit. Het water van de Kauter is met het beste water (bv. Spa Reine) te vergelijken. Brouwerij 'De Halve Maan' van de familie Vermeersen uit Hulst hebben hier lang plannen gehad om het opgepompte water te gebruiken voor het brouwen van hun bier. Alleen de verplaatsingskosten hebben hen van het plan doen afzien."

Richard Bleijenberg met zijn jongste creatie "Kautermollen".

1995.01.05 Nieuw-Namen: Verkenningstocht

Het was in 1965, toen we bij omgeving lichtbaken Marlemont aan wal stapten van op de peilvoet KIEVIT bij laag water. Reeds toen begon de interesse naar sporen in de bodem. In dat jaar vonden we ook een bijl die gepolijst was, deze is later afgebeeld in het Saeftinghe boek, en als mogelijk werktuig beschouwt in veel later onderzoek dat verricht is door Dhr. R.V. Heeringen Prof. Archeoloog, kwam de bevestiging dat deze bijl tot de Vlaardingencultuur behoorde. En daar bleef het dan ook bij. Deze bijl ligt in het Streekmuseum te Hulst. Toch bleven we al jaren aandachtig deze plek volgen, want er waren aan de top van deze turfbank middeleeuwse sporen te zien. De vondst van het nu wel bekende grafveld, wat de geschiedenis met 200 jaar vervroegd voor dit boeiende gebied. Alles wijst erop deze plek zorgvuldig te volgen, zeker omdat de Schelde daar op deze plaats de oever erodeert. Het is toch wel plezierig dat ook onze kennis in de prehistorie verrijkt werd met de opgravingen te Nieuw-Namen die Maebe en ikzelf hebben meegemaakt. Wij weten wat silex is. ’n Vuursteenknol, ’n afslag, ’n artefact of ’n goed werktuig. Met deze ervaringen zijn we op 05-01-1995 naar de Marlemont gegaan. Het werd weer een fijne dag zeer mooi en helder weer, de wind zat nog gunstig. En de Westerschelde leek leeg te lopen, want het water ging van nature al 80 cm onder het normale laagwater. Zo stonden wij rond 12u aan de rand van een hoge turfwand die tot 2.5m dik was. Deze turfbanken rusten op pleistocene dekzanden. Die toen op deze dag goed tevoorschijn kwamen. Wij gingen zelfs op een plek op het zand, zand van de laatste IJstijd dus 10.000 jaar oud. Grote eiken woudreuzen kwamen bloot. En dit is toch geweldig, een oerbos onder de laagwaterlijn. Zelf had ik dit nog nooit zo duidelijk gezien. En plots gebeurde er iets vreemds en onverwachts. Op laagwater waar het zand hoog zat dus onder de turf zag ik iets blinken, het was silex. Ik stond stil en liet Jean het oprapen, zodat deze vondst van ons beide was. Toen werd ons duidelijk dat dit hier achtergelaten was door een mens van de prehistorie. Het betrof een duidelijk stenen werktuig, een kling. Door bijna met de neus op de grond te lopen vonden we nog een speerspits en nog een tiental afslagen. Dit alles ligt op een plek 10 x 10m. Het is onze bedoeling om door de erosie vrijgekomen artefacten te verzamelen en deze plek nauwkeurig te blijven volgen. Doen we dat niet, gaat alles voor eeuwig verloren. Voorzichtigheid voor onszelf en voor het terrein zijn nu de eerste vereisten. Moge deze dag van 05-01-1995 het begin zijn van onze verre voorouder de STEENTIJDMENS in Saeftinghe. Een 2de verkenning volgde op 18-01-1995 er werden foto’s genomen en gezocht, 2 artefacten werden verzameld. Deelnemers: E. Bogaert, J. Maebe en R. BleijenbergEen 3de verkenning op 02-02-1995 bracht weinig op, alhoewel het water laag zou zakken. Het dekzand kwam niet bloot. Waarschijnlijk NW. wind en teveel opperwater waren de oorzaak. Deelnemers: J. Maebe en R. Bleijenberg.

Door Richard Bleijenberg

HULST - Het Zeeuwse Landschap gaat verbaliserend optreden tegen de actievoerders van Emmahaven als zij het afgesloten gebied in het Verdronken Land van Saeftinghe betreden.

Het Zeeuwse Landschap is boos op de actievoerders omdat zij het Zeeuwse Landschap in een kwaad daglicht hebben gesteld. De actievoerders deden deze week aangifte van een ‘illegale’ berg afval in het natuurgebied. Het Zeeuwse Landschap ziet de aangifte als een actie om het omstreden bezoekcentrum te weren. De actievoerders brachten deze week ook de berichtgeving op gang dat er olie uit het afval zou zijn gelekt. Het Zeeuwse Landschap ontkent in een persbericht enige betrokkenheid bij de vuilopslag. "Bij intern onderzoek naar aanleiding van de door actievoerders ingediende strafklacht is gebleken dat de aanwezige rommel ter plaatse door derden is aangevoerd. De stichting is in het bezit van schriftelijk ondertekende bewijzen". "Verder is uit nader onderzoek gebleken dat er bij het verwijderen van het afval geen olie is gelekt. Het is nog niet bekend om welke stof het gaat", aldus Het Zeeuwse Landschap. Het afgesloten gedeelte van het natuurgebied is voor iedereen verboden gebied. De actievoerders gingen daar deze week kijken met een delegatie van Groen-Links. Het Zeeuwse Landschap liet dat oogluikend toe ‘om de schijn van het verdoezelen van illegale praktijken te vermijden’, aldus het Zeeuwse Landschap. De stichting is het getreiter van de bevolking van Emmadorp nu echter flink beu en heeft haar medewerkers opdracht gegeven om van iedere verdere illegale betreding proces-verbaal op te maken.

Van onze verslaggever

1995.02.26 Opnieuw leven in dode Schelde

Richard Bleijenberg: "k ben blij dat de stroom minder wordt vervuild"

DOEL / NIEUW-NAMEN - "'t Is veranderd. Drie jaar geleden zag ik voor de eerste keer in vele jaren een zeehond met een jongske op het Schaar van Waarden en enkele maanden geleden smaakte de paling die mijn jongens gevangen hadden aan Lievekenshoek terug zoals vroeger. Ik ben blij dat we die verbetering nog kunnen meemaken". Richard Bleijenberg uit het grensdorp Nieuw-Namen heeft opnieuw hoop dat de Schelde terug de levende rivier wordt zoals hij ze zich uit zijn jeugdjaren herinnerde. Richard is één van de vele ooggetuigen van de teloorgang van de Scheldestroom. Twintig jaar geleden keek hij naar een dode stroom, zo’n veertig jaar geleden maakte hij als vissersmaat het laatste decennium van de gezonde Schelde mee.

Richard leefde tientallen jaren op de stroom. Eerst als visser, daarna als bemanningslid van een sleper en baggerboot. Hoe zwaar het werk ook was, hij volgde de stroom van heel nabij. "Ik keek altijd naar die rivier en naar de oevers en zag het allemaal gebeuren". In 1952 zag hij de honderden zeehonden die zich op de  zandbankenen koesterden in de zon en maakte hij de ren van de vissers naar de mosselbanken van Saeftinghe mee. Richard Bleijenberg: "Ze kwamen van overal - zelfs van de Wadden - om nabij het Verdronken Land het mosselzaad op te vissen". De Schelde was in die tijd de kinderkamer van alle rivierleven. Vissersdorpen zoals Doel en Kieldrecht leefden van de opbrengst van de stroom. Maar de ommekeer kwam snel. De industrialisering van de Scheldeoevers en de vervuiling van het Scheldewater eisten hun tol. De dramatische gevolgen waren begin jaren zestig al zichtbaar. Richard: "De eersten die verdwenen waren de zeehonden". In de jaren vijftig waren ze nog een gegeerde prooi voor jagers die vooral oog hadden voor de pels. In 1960 trof je er nog zelden een zeehond aan.

Vervuiling

Nog eens tien jaar later voer Richard over een dode rivier. Zeker tussen Hemiksem en de bocht van Bath. Tussen 1973 en 1975 bereikte de vervuiling een hoogtepunt. "In de slechte jaren stonk gebakken vis naar mazout. Zelfs onze kat lustte een dergelijke hap niet. En het Scheldewater zag er grijs uit en soms leek het zelfs op een inktbad. Je kon met het Scheldewater je naam schrijven". De bemanning van baggerboten kreeg in die jaren één goede raad. Als iemand overboord ging, dan werd die onmiddellijk afgevoerd naar het ziekenhuis voor een grondig onderzoek. Toen het water nog proper was, volstonden een goede afdroogbeurt en een slok jenever. De vervuiling van de Schelde eiste niet enkel haar tol bij de vissen. Ook de Wase vissersdorpen verdwenen. De volhouders zochten steeds dichter bij de monding van de Schelde hun vissersgeluk, de andere verkochten hun boot en gingen net als Richard aan de slag op baggerschepen of bij aannemers. De band met de Schelde bleef maar ze zagen enkel hoe de mens de rivier volledig naar zijn hand probeerde te zetten. Baggerschepen diepten de Schelde uit. Eerst diende de baggerspecie om het polderland op te hogen. Vanaf de jaren tachtig dumpte de baggeraars de specie op de zandbanken en de schorren in en langs de rivier. De fabrieken langs de oevers trokken lozingspijpen in de Schelde. Anno 1995 kijken de inwoners van op de wal toe hoe het met de Schelde verder  vergaat. Zoals Richard. Hij vaart al lang niet meer. Hij verkent als gids het Verdronken Land van Saeftinghe. Maar als hij aan de oevers van de stroom is gekomen, kijkt hij met heimwee naar de zandbanken waarop vroeger de zeehonden lagen.

Richard Bleijenberg maakte de tijd nog mee, dat het op de zandbanken van de Schelde stikte van de zeehondjes. Onlangs zag hij er na vele jaren weer één. Foto PMS

Van onze verslaggever

1995.04.15 BN De Stem: 'Onze Grand Canyon in het klein'

Steengroeve Nieuw-Namen houdt met Paasdagen open huis

NIEUW-NAMEN - Richard Bleijenberg heeft in vroegere tijden gevaren. Maar hij voelt zich eigenlijk nog steeds schipper. Als kapitein van de steengroeve in Nieuw-Namen, die hij als zijn eigen schip beschouwt. En dus werkt hij er alleen. Hij kan niet verdragen dat anderen zich met de groeve bemoeien. Want: "Twee kapiteins op één schip, dat gaat niet."

Eerste en tweede paasdag is de Meester van der Heijdengroeve, zoals de officiële naam van de steegroeve luidt, voor het publiek geopend. Bleijenberg praat enthousiast en bevlogen. Een natuurmens pur sang. Opverend als plots een reiger boven de groeve vliegt. Een reiger? Nee, het blijkt een ooievaar te zijn. Nog mooier. Bleijenberg rent langs de groeve om hem goed te kunnen volgen. "Verdikkeme, die heb ik nog nooit gezien," reageert hij met twinkelingen in zijn ogen.

Zeldzaam

Even daarvoor had hij al gewezen op de broedplaats van een koppeltje ransuilen. Ook een sperwer broedt in het reservaat rond de groeve. Zeldzaam voor Zeeuws-Vlaanderen. Even laat de groene specht zich horen. "En kijk dat winterkoninkje, ongelooflijk wat dat kleine beestje voor een geluid kan maken." Zonder tegenspraak, vindt Bleijenberg, is het driekwart hectare gebiedje een compleet natuurreservaat. "Met in het midden een geologisch monument. Onze Grand Canyon in het klein". In de groeve komen de bodemlagen te voorschijn, vanaf het Pleistoceen tot heden. De steengroeve heeft net zijn jaarlijkse schoonmaak achter de rug, "net als de vrouw die de voorjaarsschoonmaak gedaan heeft." Klaar voor de bezoekers, jaarlijks zo’n tweeduizend. Het gastenboek telt sinds 1983, toen de steengroeve voor het publiek open ging, 23.000 namen. “Uit praktisch heel de wereld,” zegt Bleijenberg. "Chinezen, Argentijnen, Arabieren, we hebben ze allemaal gehad. Ze staan hier te fotograferen, te filmen. En dan moeten we trots zijn dat de steengroeve aan de andere kant van de wereld vertoond wordt." Afgelopen maandag zijn er televisieopnames gemaakt voor het programma Van Gewest tot Gewest, dat vrijdagavond 21 april wordt uitgezonden. Bleijenberg vindt het belangrijk dat mensen de groeve en het reservaatje eromheen kunnen bezoeken. "Niet voor niets zegt het Natuurbeleidsplan uit 1990 dat natuurgebieden gezien moeten worden. Mensen duidelijk informeren over de natuur is een ander punt uit dat plan. En dat gebeurd hier in grote mate."

Kinderdoedag

Vorig jaar is een informatiebord bij de groeve geplaatst, dat de veranderingen in het landschap van tweeëneenhalf miljoen jaar geleden tot nu aanschouwelijk maakt. Daar is nu een vitrinekast aan toegevoegd met uitvergrote foto’s van fossielen en zeeëgels en oppervlaktevondsten uit de groeve en de omgeving. De steengroeve is eerste en tweede paasdag vrij toegankelijk van 10.00 tot 16.00 uur. Bleijenberg is zondag aanwezig om uitleg te geven, J. de Baar maandag. Dinsdag 18 april houdt Staatsbosbeheer een kinderdoedag voor kinderen die geïnteresseerd zijn in fossielen en de natuur. Die begint om 13.00 uur in gemeenschapscentrum De Kauter aan de Hulsterloostraat.

Richard Bleijenberg bij de nieuwe vitrinekast van de steengroeve. Foto Camile Schelstraete

Van onze verslaggever

1995.05.17 BN De Stem: Uilskuikens in de olie

NIEUW-NAMEN - Olmen staan er niet in de Meester van der Heijdengroeve in Nieuw-Namen. De uilen in het natuurgebiedje op de Kauter kennen echter het lied van Boer Koekoek en Vader Abraham uit de jaren zeventig nog: De(n) uil zat al in den olie. Een oliedrum doet al jaren dienst als woning voor de familie Ransuil.

Onlangs is de familie opnieuw uitgebreid met drie gezinsleden. Keurig op een rijtje zitten ze voor de ingang van hun ton. Te wachten tot vader of moeder hen een verse spitsmuis of jong vogeltje komt brengen. Met een blik die zowel eigenwijsheid als sulligheid lijkt uit te drukken, een combinatie die specifiek aan uilskuikens is voorbehouden. Staatsbosbeheer, eigenaar van de groeve, is blij met de aanwezigheid van de ransuilen. De ooruilen of grote katuilen, zoals ze ook wel worden genoemd, zijn weliswaar niet echt zeldzaam, maar Zeeuws-Vlaanderen heeft niet veel bos waar de vogels zich thuis voelen. Boswachter Hans van Hage: "Het mooie van de uilen in de groeve is vooral dat ze zo duidelijk te zien zijn. Iedereen die het kleine natuurgebiedje op de Kauter onder leiding van Richard Bleijenberg bezoekt, krijgt ze te zien. In de Braakmanbossen zitten waarschijnlijk vijftien tot twintig paartjes ransuilen, maar die worden bijna nooit gesignaleerd." De jonge uiltjes worden de komende weken steeds verder door pa en ma buiten de oliedrum gelokt. Tegen de zomer volgen de eerste vlieglessen. In juli of augustus moeten ze op eigen poten kunnen staan en definitief uitvliegen. De Kauter is niet groot genoeg voor meerdere uilenkoppels.

Foto Charles Strijd

Van onze verslaggever

1995.07.17 'Bezoekerscentrum op schip'

Statenlid wil oud plan voor Saeftinghe uit ijskast

EMMADORP - Het statenlid L. van Doorn wil dat de stichting Het Zeeuwse Landschap opnieuw de mogelijkheid bekijkt om het omstreden bezoekerscentrum voor het natuurgebied de Saeftinghe buitendijks onder te brengen.

Het plan het centrum in een binnenschip in te richten is eerder verworpen omdat destijds op verzet stuitte bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij. Maar voor Van Doorn van het Algemeen Ouderenverbond (AOV) is deze oplossing een van de weinig mogelijkheden om uit de impasse te komen. Het Zeeuwse statenlid schrijft dat in een open brief. De bevolking van Emmadorp is massaal in verzet gekomen tegen de bouw van een bezoekerscentrum aansluitend aan de bestaande bebouwing bij het dorp. De bewoners vrezen een enorme toeloop van bezoekers, verkeersgeluid- geluid- en parkeeroverlast. Deze week doen B en W van Hulst definitief uitspraak over de bouwvergunning voor het bezoekerscentrum waartegen 61 bewaarschriften zijn ingediend. Van Doorn heeft zich de afgelopen weken door de autochtone bevolking, gidsen en milieumensen laten informeren over de bedreiging van het natuurgebied. Hij zegt een enorme betrokkenheid bij het natuurgebied te hebben geproefd. "Maar mensen bekijken het allemaal vanuit hun eigen denkwereld." Van Doorn wil niets liever dan dat het bezoekerscentrum er snel komt. Hij vindt het met name voor schoolgaande jeugd belangrijk dat zij een goed beeld kan krijgen van het 3500 ha grote unieke schorrengebied. Bezoekers krijgen er via exposities allerlei informatie over het gebied. Daardoor kunnen de excursies korter en kunnen er dus binnen het huidige aantal bezoekuren meer mensen een kijkje nemen in Saeftinghe. De stichting Het Zeeuwse Landschap moet nu vaak ‘nee’ verkopen omdat de excursies volgeboekt zijn. Nee zeggen is maar moeilijk te verkroppen voor een organisatie die natuureducatie in haar statutaire doelstellingen heeft. "De techniek om een binnenschip buitendijks af te meren en het goed te kunnen onderhouden is ruimschoots voorhanden," vindt het statenlid. "Dat hoeft op zich geen financiële- of milieubelemmeringen op te werpen." Van Doorn vindt een drijvend infocentrum bovendien prima passen bij het schorrengebied. "Saeftinghe is in beweging, de geulen verleggen zich zonder onderbreking. Een bewegend Saeftinghe, een bewegend infocentrum. Het is het bewijs dat je zelfs iets kunt in en met een gebied dat zo uniek is als de Saeftinghe. Dat moet op deze manier toch kunnen zonder iemand tot last te zijn?"

Van onze verslaggever

HULST - Burgemeester en wethouders van Hulst wijzen de bezwaren van de bevolking van Emmadorp tegen de verlening van een bouwvergunning voor het bezoekerscentrum Saeftinghe af. De Emmadorpers stappen nu naar de rechtbank in Middelburg in een nieuwe poging de bouw tegen te houden.

"De vergunning blijft overeind," aldus wethouder G. van de Voorde gisterochtend na afloop van de wekelijkse vergadering van het college van B en W. "De oude argumenten waren door ons genoeg onderzocht en de nieuwe argumenten tegen het centrum vonden wij niet steekhoudend genoeg om terug te komen op ons besluit de bouwvergunning af te geven." De wethouder zei wel opnieuw te betreuren dat de bevolking ven Emmadorp zoveel heisa blijft maken over een voorziening die er juist op gericht is verbetering in de situatie aan te brengen. Het besluit van het college van Hulst om de bezwaren tegen de bouwvergunning af te wijzen, komt in Emmadorp niet als en verrassing. "Dat dachten we wel," is de eerste reactie van Rianne Warmenhoven, woordvoerster van de protesterende bewoners. “Het geeft opnieuw blijk van vergaande arrogantie van het gemeentebestuur,” vindt zij. "Als je ziet dat ook een instantie als het Waterschap waarschuwt voor vergaande aantasting van de verkeersveiligheid is dat toch duidelijk." Volgens Warmenhoven werkt het protestcomité tegen het bezoekerscentrum al aan verdere stappen om de bouw tegen te houden. Binnen zes weken spannen de bewoners van Emmadorp een juridische procedure aan bij de president van de rechtbank van Middelburg. Het verzet van de bewoners van Emmadorp begon oktober vorig jaar met de indiening van een hele rits bezwaarschriften tegen de voornemen van de gemeente om vrijstelling te verlenen van het geldende bestemmingsplan. De bezwaren werden door de gemeente afgewezen. Eind maart dit jaar gaven burgemeester en wethouders de bouwvergunning af en sloot de gemeente een convenant met de stichting Het Zeeuwse Landschap waarin een aantal voorwaarden was opgenomen. Tegen de afgifte van die vergunning kwamen 61 bezwaarschriften binnen. Daarin voerden de bewoners een hele serie argumenten aan waarom het centrum er niet moest komen. Ze vreesden onder meer een grote bezoekersstroom die de leefbaarheid van de gemeenschap zou aantasten en voor verkeersoverlast.

Van onze verslaggever

1995.07.19 BN De Stem: ‘Nu snel Saeftinghe-centrum’

Stichting Het Zeeuwse Landschap maakt haast met aanbesteding

HULST - De stichting Het Zeeuwse Landschap besteedt de bouw van het bezoekerscentrum Saeftinghe snel aan en wil binnen een paar maanden met de bouwwerkzaamheden beginnen. "Binnen nu en een half jaar moet het er kunnen staan."

Dat zegt Chiel Jacobusse van de stichting in reactie op het besluit van burgemeester en wethouders van Hulst de bezwaren van de bewoners van Emmadorp tegen het centrum aan de kant te schuiven. De tegenwerking door de bevolkingvan Emmadorp heeft volgens Jacobusse al vertraging genoeg opgeleverd. "Je had eigenlijk de poorten al open kunnen hebben,” verwijst hij naar het moment van de bekendmaking van de plannen in augustus van het vorig jaar. “Maar nu gaan we snel verder. De bestekken zijn al klaar en ook de tentoonstelling is tot in de details ontworpen."

Teleurgesteld

Het idee voor het bezoekerscentrum Saeftinghe dateert al van een aantal jaren geleden. Jaarlijks worden tijdens excursies meer dan 10.000 mensen rondgeleid door het natuurgebied. Maar dat is lang niet genoeg om aan de vraag te voldoen. Ieder jaar moeten zo’n 20.000 mensen, die Saeftinghe willen bezoeken, teleurgesteld worden. Ten eerste omdat de opvangmogelijkheden beperkt zijn, maar ook omdat bij nog grotere bezoekersstromen de waarde van het gebied aangetast zou worden. Een bezoekerscentrum, in combinatie met de mogelijkheid een korte wandeling door het gebied te maken, kan daarom een goed alternatief zijn.

Exposities

Het informatiecentrum wordt gehuisvest in een gebouw van twintig bij twintig meter. In het centrum zullen in ieder geval zeventien permanente exposities worden ingericht over alle aspecten die met Saeftinghe te maken hebben. Veel informatie, die nu tijdens de urenlange trektochten door het gebied gegeven wordt, kan nu in het centrum worden gepresenteerd. Het voordeel daarvan is dat de gemiddelde excursieduur bekort kan worden. In het gebied kunnen dan veel meer bezoekers worden opgevangen zonder dat dit leidt tot extra belasting van het terrein. Het bezoekerscentrum wordt gebouwd langs de dijk achter het café in Emmadorp waar ook een ruim parkeerterrein komt. Met het project is een bedrag van ongeveer 1,4 miljoen gulden gemoeid. Het Zeeuwse Landschap laat zich niet afschrikken door de aankondiging van verdere juridische stappen van de Emmadorpers die tegen het centrum zijn. “Dan zien we dat wel weer. Het komt niet onverwacht. Want we weten dat er een paar aanjagers onder zitten die volledig gefocust zijn op het tegenhouden van het centrum. Het is bijzonder jammer om zo te moeten starten, “aldus Jacobusse van het Zeeuwse Landschap.

Van onze verslaggever

1995.09.02 De Wase Koerier: Verhalen over "De Noord"

Een bijzondere excursie naar "De Noord"

16 Augustus, weer zo’n mooie dag voor onze kinderen van de basisschool "Sint-Jozef" te Nieuw-Namen. Toen ik meester De Baar zag lopen met zijn lange stok achter zijn leerlingen, dacht ik aan de herders van weleer, bezorgd en voorzichtig. Hij had alles met de gidsen geregeld. Jean Maebe, die in 1947 bijgaande foto maakte van Guustje Zegers en Pelagie de Maayer bij de schaapskooi op "De Noord" was ook als gids aanwezig. Jean loopt van 1945 in ’t schor. Ikzelf doe dat van 1946. Dus samen 100 jaar Saeftinghe voor ons beiden. Als wij zo terug denken aan vroegere jaren zien we echt dat de schorren zeer sterk met de mensen van de Kauter verbonden zijn. Gelukkig hebben de mensen van vroeger mooie namen achtergelaten: de IJskelder en de Spauwer dienden daarop. Ook zijn er namen van Maebe bij: "de Blauwe Plaat", "de Lepelaar" en de "Koeienuier". 

16 Augustus: terug naar de Noord met de kinderen en nazaten van Guustje en Pelagie. Precies op dezelfde plek zijn ze vereeuwigd door Roland van Damme. Wat gaat de tijd toch snel en wat verandert er veel. Eén ding staat vast: het schor en de mensen van de Kauter horen bij elkaar. Dar zal in maart 1996 weer duidelijk worden. Dan gaan dezelfde kinderen weeral de aangespoelde voorwerpen opruimen. Saeftinghe wordt dan weer schoongemaakt. Tijdens onze tocht werd ’n zeldzame zilverreiger losgelaten die Maebe verzorgd had. Ook werd ’n zieke aalscholver opgepakt voor verzorging. Het was voor de gidsen een fijne dag. Want de mensen laten genieten van de mooie natuur, is onze taak!

De leerlingen van de Sint-Jozef basisschool werden op de foto gezet op net dezelfde plaats als Guustje Zegers in ’47.

Guustje Zegers en Pelagie de Maayer in 1947 bij de Schaapskooi op de Noord.

Het kasteel op "De Noord" van Saeftinghe

"De Noord" is de oudste plek van Saeftinghe. Waar nu de Noordstal staat is altijd een verhoogde plaats geweest. De ondergrond bestaat uit dekzand en het dekzand is opgewaaid tijdens de laatste IJstijd. Het is dezelfde formatie waaruit Ossendrecht en Hogerheide is ontstaan. Het was dan ook al heel vroeg een strategische plek en uiterst geschikt voor een vesting die rond de jaren 1100 is opgetrokken aan de rand van de oude Schelde. Op een afbeelding op de eerste Scheldekaart kunnen we dit terug zien. Zeer waarschijnlijk was daar drinkbaar water te vinden. Op een andere oude Scheldekaart allang voor het verdrinken van de Heerlijkheid Saeftinghe, wordt deze plek Saeftinghe-eiland genoemd. In 1932 stond daar aan de rand van de Noord een lichtbaken. Ze noemden het de Noord-Saeftinghe. Een andere baken, 4 km zuidelijker, noemen wij nu nog de Zuid-Saeftinghe. Tot de jaren ’40 waren daar veel ruïnes te zien. Mijn schoonvader liep daar 90 jaar geleden op 2 meter dikke funderingen. Oude gebouwen uit Verdronken Landen werden afgebroken, veelal voor het starten van dammen, afdijkversterkingen. Zo is er veel historisch materiaal verloren gegaan, want daar was men toen nog niet in geïnteresseerd. Zeer waarschijnlijk zitten op de Noord vele bodemschatten. Denken we maar aan kelders, beerputten en afvalputten. Er is nog weinig gevonden. Maar toch moeten wij alert zijn want De Noord erodeert en jaarlijks slagen daar stukken schor weg. Mijn schoonvader heeft mij persoonlijk de plek aangewezen waar hij op de dikke muren heeft gelopen. Ook heb ik aanwijzingen van anderen. Als de Schelde wordt uitgediept zal de erosie doorzetten. Er komt ooit een dag b.v. na een zware storm dat het kasteel zijn geheimen prijs geeft. Getuigenissen van oude mensen tellen niet mee in deze tijd. Als we terug de muren zien, zullen de ongelovige Thomassen ons gelijk geven. Maar we moeten wat geduld hebben. De natuur heeft Saeftinghe doen verdrinken. Maar natuur kan ook wel iets terug geven.

Door Richard Bleijenberg

Pagina 4 van 4

Zoeken

Het Weer

Partly Cloudy

13°C

Paal, Nederland

Partly Cloudy

Humidity: 83%

Wind: 17.70 km/h

  • 24 Jun 2018

    Cloudy 18°C 11°C

  • 25 Jun 2018

    Partly Cloudy 20°C 13°C

Ga naar boven