KERSTTOCHT NAAR HET SCHOR EEN WARE VERADEMING

NIEUW-NAMEN - Vrijdagochtend tweede kerstdag, ’s ochtends om een uur of tien. Het is stil in Nieuw-Namen, erg stil. Toch hebben we hier afgesproken. De kerk van de Kauter als vertrekpunt voor een wandeltochtje in het Verdronken Land van Saeftinghe. ’t Schor, zoals ze hier in het dorp zeggen.

Het gezelschap waarmee we tegen half elf naar het uiterste oostpuntje van Zeeuws-Vlaanderen rijden is niet groot, een man of twintig misschien. Voor hen betekent het kersttochtje door het Land van Saeftinghe niets nieuws. ’t Is vaste prik: al negen jaar lang gaan ze op tweede kerstdag naar ’t schor, steevast onder leiding van gids Richard (op z’n Vlaams uitgesproken, met de klemtoon op de tweede lettergreep dus) Bleijenberg uit Nieuw-Namen. De man die het allemaal bedacht, negen jaar geleden, Roland van Damme uit Nieuw-Namen, is er dit jaar niet bij. Hij vindt dat hij het niet kan maken om mee te gaan, want ’s middags om half drie wordt zijn dochtertje gedoopt. Dat is meteen de belangrijkste reden dat de tocht dit jaar minder uitgebreid is dan anders: de meeste leden van het gezelschap behoren tot de genodigden voor de doop. Maar dat mag de pret niet drukken. Welgemoed begeeft de groep zich de blubber in van wat waarschijnlijke Zeelands belangrijkste natuurmonument is. De laarzen soppend in de slik sukkelen we naar de noordelijke schaapskooi in ’t schor, meteen de oudste die er staat. Het uitzicht verbaast me iedere keer weer. Merkwaardig: naar links kijkend zie je de uitgebreide schorren, kijk je recht vooruit dan zie je zeeschepen passeren, en kijk je naar rechts dan waan je je midden in het Antwerpse industriegebied, met als dominant hoogtepunt de koeltorens van de kerncentrale bij Doel. Over horizonvervuiling gesproken. Toch is de wandeling, zeker na een binnenhuis doorgebrachte eerste kerstdag, een ware verademing. We treffen het, het blijft droog, en als je een beetje doorstapt, merk je niks van de kou. De gids stopt af en toe, als hij wat bijzonderheden kwijt wil. "Een drijvende bom", zegt hij over een klein gastankertje dat van Antwerpen onderweg is naar de Noordzee. En even later bukt hij zich om de groep een felgroen plantje te laten zien. Het blijkt Engels Lepelblad te wezen, een plantje dat indertijd Willem Barendsz en zijn mannen op Nova Zembla in leven moet hebben gehouden. Altijd groen, bevriest nooit.

Beleefd 

Het gezelschap lijkt niet overdadig in de uiteenzetting van Bleijenberg geïnteresseerd, al wordt er beleefd geluisterd. Achterin de groep leven ex-Hulstenaren Jos Stolte en Noël Fassaert zich uit in wat bepaald hun specialisme zal blijken te zijn: het tappen van al dan niet onzinnige moppen. Er wordt veel gelachen onderweg, zeldzame vogels laten zich deze keer trouwens niet zien. We komen aan bij het doel van onze tocht, de noordelijke schaapskooi. Op het eerste gezicht een bouwval, maar het ding staat er al lang en ’t zal er nog wel een tijd blijven staan ook. Richard Bleijenberg vertelt de groep een nieuwtje, dat kennelijk  heel weinig mensen weten. ’t Staat niet in het Saeftingheboek, zegt hij veel betekend. De kooi blijkt in 1946 en ’47 bewoond te zijn geweest, door Guustje en Pelagie Zegers, die er zelfs hun wittebroodsweken doorbrachten. Guustje had een bult, was daardoor ongeschikt voor het werk bij de boer, en kon dus mooi schapen gaan hoeden in het schor. Dat wil althans het verhaal van de gids, en waarom zou dat niet kloppen. Hij geeft zijn verhaal, netjes op papier opgetekend, een persoonlijk tintje. "De noord werd tweede  kerstdag 1986 bezocht door de familie Fassaert. Een traditie die zich tien jaar lang herhaalt. Moge dit nog lang gebeuren", wenst hij de groep en zichzelf toe. Een bescheiden applaus wordt zijn deel.

Als de boterhammen op zijn, moeten we terug, en niet te traag ook. Tenslotte wacht vanmiddag de doop van Liesbeth, en de meesten kunnen daarbij niet worden gemist. En zeker niet bij het feest daarna. Toch vinden we nog tijd om onderweg ook nog even de zuidelijke kooi te bekijken. Die ziet er helemaal uit alsof een matig tot hard windstootje het bestaan ervan zou beeindigen, maar kennelijk valt dat wel mee, want we hebben pas nog een paar flinke stormen gehad, en de kooi staat nog. De doop blijkt niet alleen een langere tocht, maar ook een ander vast onderdeel van de tweede kerst in de weg te staan. Gewoonlijk wordt afgezakt, naar de "Buiskes" het café onder aan de dijk in de Emmapolder. Maar ook dat is er dit keer niet bij. De meesten spoeden zich naar huis om de laarzen en spijkerbroek te verwisselen voor molières en zondags goed. We betalen de gids (en dus de stichting Het Zeeuwse Landschap, de beheerder van het Land van Saeftinghe, die altijd geld nodig heeft) en nemen bij de auto’s afscheid. Ze weten allemaal heel zeker: "Tot volgend jaar".

Aan de rand van het schor. De gids geeft een explicatie. Foto Cor J. De Boer

Door Piet Oosthoek

Zoeken

Het Weer

Partly Cloudy

7°C

Paal, Nederland

Partly Cloudy

Humidity: 80%

Wind: 38.62 km/h

  • 10 Dec 2018

    Partly Cloudy 8°C 5°C

  • 11 Dec 2018

    Partly Cloudy 8°C 2°C

Ga naar boven