1976.07.28 BN De Stem: Baggeraars stoten op prehistorie

De graafwerkzaamheden ten behoeve van de uitbreiding van de Antwerpse haven zijn weinig landschapsverfraaiend te noemen, maar zoals elke medaille heeft ook deze haar keerzijde. De baggerwerkzaamheden vinden plaats tot op de grote diepte en men doorbreekt heel wat aardlagen die daar al duizenden jaren ongestoord liggen en waarin overblijfselen van een vroegere dierenwereld te vinden zijn. Soms zijn het resten van dieren  die thans nog leven, maar er zijn ook  vondsten bij van uitgestorven soorten.

Dank zij baggeraars van Nieuw-Namen en Kieldrecht hebben we heel wat materiaal in handen gekregen en dit ter beschikking gesteld van het Zoölogisch Museum van de Rijksuniversiteit Utrecht. We bieden ons graag aan, overcompleet materiaal, dat men kwijt wil, door te zenden, al is het misschien beter het in de streek te houden en het tezijnertijd ter beschikking te stellen van het Museum van de Oudheidkundige Kring te Hulst, eventueel het Terneuzens Museum of het Zeeuwse Museum te Middelburg. Ook als men een stuk niet kwijt wil, kan het toch ter determinatie worden aangeboden. Men kan wel eens weten wat men in huis heeft, nietwaar? Dit is onder andere gebeurde met de schedel afgebeeld op bijgaande foto. Het materiaal is nog te Kieldrecht aanwezig. Aan de hand van een zestal foto’s kon dr. D.P. Bosscha Erdbrink uit Utrecht de vondst determineren als behoord hebbend aan een wolharige neushoorn. De twee ruwe plekken op het snuitgedeelte geven de plaats aan waar bij het levende dier de twee grote hoorns stonden. Na de ijstijden, zo’n dikke tienduizend jaar geleden zijn deze dieren uitgestorven. Behalve nogal wat restanten van de wolharige neushorens, een onderkaak van een rund, een schouderblad van een hert, stukken stoottand van een mammoet, delen van een reuzenhert, en kiezen van diverse soorten zijn er ook bijzondere vondsten gedaan. Zo kregen we in 1973 een onderkaak van een kleine neushoorn, die niet onder een Nederlandse naam is beschreven. Het dier moet in het Midden- Pleistoceen geleefd hebben, zo tussen tweehonderdduizend en achthonderdduizend jaar geleden. Het was de eerste vondst voor België. Uit Nederland kende men een schedel gevonden bij het Zwarte Water.  Een ander belangrijk stuk in die partij was een lendewervel van een grottenleeuw, het derde bekende stuk uit het Nederlands-Belgische gebied en de eerste aangetroffen wervel. De grottenleeuw is ongeveer van dezelfde lichting als de hierboven genoemde neushoorn. Hij moet anderhalf tot tweemaal zo groot geweest zijn dan de grootste recent levende leeuw. Helaas komt er tegenwoordig niet veel materiaal meer beschikbaar. Vroeger baggerde men met de emmerbaggermolen en dan was het opgeviste materiaal gemakkelijk te zien en had men de tijd om de dingen apart te houden. De moderne baggertuigen zijn zo geconstrueerd, dat het moeilijk is nog iets in het vizier te krijgen; het materiaal komt terecht in gesloten beunen en het wordt aan de onderzijde van het schip gestort. Zo gaat veel zeer waardevol materiaal terug naar de bodem. Ook vroeger werd er veel teruggestort, want de gemiddelde baggerman had weinig belangstelling voor botten. Hij keek er niet eens naar om, alleen een ruggewervel van rond de vijftig kilo trok wel eens even de aandacht. Rest mij nog te vermelden, dat ik veel informatie en de foto voor dit verhaal verkreeg van en via een wel geïnteresseerde baggerman namelijk de heer Richard Bleijenberg te Nieuw-Namen.

De schedel van een prehistorisch dier, gevonden bij Antwerpen.

Grasduinen met George Sponselee

Laatst aangepast op donderdag, 24 september 2015 20:21

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.

Zoeken

Het Weer

Cloudy

23°C

Paal, Nederland

Cloudy

Humidity: 46%

Wind: 11.27 km/h

  • 20 Jul 2018

    Cloudy 25°C 12°C

  • 21 Jul 2018

    Partly Cloudy 25°C 15°C

Ga naar boven